← Aad Ouborg

Longread

Van een vier voor fysiotherapie naar een leven lang ondernemen

Aad Ouborg begon met nul omzet in een Utrechts studentenhuis. Wat volgde, laat zien dat ondernemen volgens hem één ding vereist: dat je het leuk vindt.

Redactie 7DTV · 2026-02-24 · 1130 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Aad Ouborg op 7DTV

Ergens in de jaren tachtig zit een student fysiotherapie in Utrecht voor een examengesprek. De leraar vraagt hem waarom hij dit vak heeft gekozen. Het antwoord, om later goed geld te verdienen, levert hem een vier op. Fysiotherapie is een ethisch vak, zegt de leraar, dat mag eigenlijk helemaal niet. De student trekt zijn conclusie onmiddellijk. Hij stopt met de studie en begint iets wat hem wél ligt.

Die student was Aad Ouborg. In een recent gesprek met 7DTV blikt hij terug op een ondernemerscarrière die begon in een studentenhuis aan de Oudegracht in Utrecht en zich uitstrekte tot beurzen in Duitsland, reizen naar Hongkong, Australië en Libanon, en uiteindelijk het merk Princess. Zijn verhaal is geen succesverhaal in de glanzende zin van het woord, maar eerder een illustratie van wat er gebeurt als iemand consequent doet waar hij goed in is, en bereid is de rekening te betalen die daarbij hoort.

"Ik had een hekel aan studeren"

Ouborg groeide op in een commercieel nest. Zijn moeder had wat hij een commerciële inslag noemt, zijn grootvader was volgens hem een van de grotere ondernemers van zijn tijd, met allerlei soorten bedrijven. Toch voelde hij die familiedruk niet bewust. "Je voelde niet: dat doet mijn familie, dus dat moet ik ook doen." Wat hij wél voelde, was dat hij graag organiseerde, graag verkocht, graag bezig was met mensen. Hij leidde een jazzband en een carnavalsband, verkocht dubbele paraplu's en shirtjes. Studeren paste daar niet bij.

Na de fatale vier voor fysiotherapie komt de wending. Via zijn hockeyclub Kampong in Utrecht, hij speelde in het eerste elftal, komt iemand op hem af met een aanbod: de Nederlandse rechten voor het merk Babyliss. Ouborg is dan 23 jaar oud. "Ik denk: alles beter dan studeren." Hij zegt ja.

Nul omzet, één opslag en honderden studenten

Zijn eerste bedrijf draait letterlijk vanuit zijn studentenhuis. Kamer 349 is zijn woning, kamer 345, ook een studentenhuis, is zijn eerste opslagruimte. Medestudenten helpen mee: de een stopt krultangen in een doos, de ander plakt hem dicht, een derde brengt ze weg. "Honderden mensen hebben meegeholpen in die tijd om Babyliss groot te maken."

Zijn eerste marketingactie is een mailing naar kapperszaken, Nederland telde er toen al zo'n tienduizend. De mailing bevat een tekening van een egel die zijn stekeltjes laat krullen. Iedereen moet erom lachen. Maar Ouborg heeft op dat moment nog geen sales. De mailing gaat de deur uit voordat er ook maar één product is verkocht. Achteraf noemt hij het geen goede zet. "Je deed al een mailing voordat je nog sales had." Wat wél werkt, zijn de beurzen en de rechtstreekse contacten, met kappers, met kappersgroothandels, met iedereen die hem wil ontvangen.

"Wij adverteren niet, over ons wordt geschreven"

Wat Ouborg al vroeg ontwikkelt, is een aanpak die hij later zelf omschrijft als ondernemen is entertainen. In een tijd zonder social media organiseert hij reizen waarbij hij de pers meeneemt, kranten, tijdschriften, televisie, radio. Soms gaan er honderd mensen mee. Artiesten en topkoks krijgen een podium om hun werk te promoten; hij krijgt publiciteit terug. "Ik zei altijd: het moet goed zijn voor twee kanten. Niet alleen voor ons, ook voor de anderen."

Het meest sprekende voorbeeld is hoe hij bij Patricia Paay terechtkomt, in die tijd volgens hem de nummer één van Nederland. Zijn schilder blijkt toevallig bij haar thuis aan het werk te zijn in Rotterdam. Via die omweg krijgt Ouborg een afspraak. Ze besluit hem te helpen. Ze belt de inkoper van de Bijenkorf, en samen gaan ze erheen. "Hoe leuk wil je het hebben", zegt Ouborg. Daarna werkt hij samen met de Star Sisters: wie een product kocht, kreeg een cd. Maar de basis van die samenwerkingen was nooit geld, het was een samenloop van omstandigheden, gedeeld belang en vindingrijkheid.

De prijs van het ondernemerschap

Ouborg is openhartig over wat hij heeft moeten laten liggen. Hij schat dat hij in drukke jaren zo'n 150 tot 180 dagen per jaar op reis was. Feestjes van vrienden, zaterdagen op het terras in Breda, die vielen weg. Zijn oplossing: vrienden meenemen op zakenreizen. "Ik heb het goed gemaakt. Niet één keer, maar eigenlijk altijd."

Het meest ingrijpende moment vertelt hij bijna terloops. Zijn vader overlijdt. De volgende dag heeft hij een beurs in Duitsland, een van de belangrijkste van het jaar. Hij gaat. "Hoe vervelend het ook was, vond ik verschrikkelijk. Maar als ondernemer heb je ook te maken met heel veel andere dingen die moeten en die erbij horen."

Er zijn ook zakelijke dieptepunten. Een hamburgermaker die hij te duur geprijsd heeft en die niet verkoopt, eindigt als trouwcadeau voor personeelsleden. Met de Epilady, het eerste epilatieapparaat, maakt hij mee dat parallel import vanuit andere landen de Nederlandse prijs onderuithaalt, terwijl hij zit met een grote voorraad. De les die hij daaruit trekt, is helder: zorg dat het product van jou is, zodat jij de prijs bepaalt.

Wat hij leert van zijn kinderen

Ouborg heeft zijn merk Princess uiteindelijk verkocht, om met zijn kinderen te kunnen ondernemen. De naam heeft hij bewaard; zijn kinderen bouwen eronder verder, onder meer met koffers die ze leverden aan de Nederlandse olympische ploeg. De oranje Princess Traveler-koffer is inmiddels een herkenbaar ding op Schiphol.

Van zijn kinderen leert hij dingen die hij zelf anders deed. Duurzaamheid is er één van: waar hij trots was op het feit dat hij als een van de eersten de productie naar China bracht, halen zijn kinderen die productie nu juist terug. "We hebben de wereld goed verpest door die massaproductie. Dat hoeft niet, dat kan ook anders." Een ander verschil: zijn kinderen beginnen niet om half negen. "Dat was onze tijd", zegt hij zonder oordeel.

Anders denken als constante

Als Ouborg één ding terugziet in zijn hele carrière, is het dat hij nooit deed wat iedereen deed. Geen grote advertentiebudgetten, maar evenementen. Geen grote namen vanaf het begin, maar slimme omwegen. Geen massaverkoop als doel op zich, maar producten die iets extra's bieden. Zijn advies aan jonge ondernemers is dan ook opvallend weinig tactisch: "Ga lachend de wereld rond. Doe wat je leuk vindt. Wees trots op wat je doet. Dan is het geen werken meer."

Dat klinkt lichter dan het is. Ouborg is de eerste die erkent dat er een prijs aan vastzit, in gemiste avonden, in voorraadrisico's, in beslissingen die je neemt terwijl je liever ergens anders zou zijn. Maar de rode draad in zijn verhaal is niet de schaal of het geld. Het is de overtuiging dat je alleen volhoudt als je het leuk vindt. En dat je, als je het leuk vindt, bijna alles voor elkaar kunt krijgen, ook al begin je met nul omzet in een studentenhuis.

Ondernemerspagina Aad Ouborg →