Wie een gesprek heeft met Arko van Brakel merkt snel dat hij niet veel heeft met de term 'impact ondernemer' als apart label. Voor hem is de scheiding tussen maatschappelijk en commercieel ondernemen kunstmatig. Zodra je mensen in dienst neemt, ben je een maatschappelijke organisatie. Zodra je een probleem oplost, maak je impact. De vraag is alleen hoe bewust je dat doet, en of je de randvoorwaarden op orde hebt om het vol te houden.
'Zodra jij mensen aangenomen hebt, ben je een maatschappelijke organisatie'
Van Brakel maakt een onderscheid dat in het publieke debat zelden zo direct wordt uitgesproken. Niet elke ondernemer doet het goed, zegt hij, maar elke goede ondernemer is per definitie maatschappelijk bezig. "Zodra jij mensen aangenomen hebt, dan denk je, dat is mijn bedrijf. Maar dan ben je een maatschappelijke organisatie. En dan moet je al rekening gaan houden met de mensen om je heen." Impact ondernemen is in zijn ogen dus geen bijzondere categorie, maar de logische uitkomst van serieus ondernemerschap. Dat er een groeiende groep ondernemers is die dit bewust nastreeft, verklaart hij vanuit een bredere maatschappelijke ontwikkeling: we zitten als samenleving hoger in de piramide van Maslow. De basis is voor een groot deel van de westerse wereld op orde. Daardoor verschuift de focus van louter overleven naar zelfrealisatie en bijdrage. "Vroeger was de economie veel minder sterk, moest je ook gewoon simpelweg loeihard werken om centjes te verdienen. Dat was de eerste prioriteit destijds."
De regelreflex vreet ondernemersvermogen op
Dat ondernemers meer impact zouden kunnen maken als ze de ruimte kregen, staat voor Van Brakel buiten kijf. Het probleem zit hem niet in een tekort aan kennis of creativiteit. Het zit in wat hij de regelreflex noemt: het mechanisme waarbij elke regel bijna vanzelf minstens drie nieuwe regels oplevert. "Elke regel heeft uitzonderingen. En wat doen we dan? Dan gaan we voor die uitzondering ook weer regels bedenken." Het resultaat is een woud van regels dat ooit met goede bedoelingen is aangelegd, maar inmiddels het oplossingsvermogen van ondernemers direct naar beneden haalt. Concreet noemt hij de verplichting voor werkgevers om een zieke werknemer twee jaar door te betalen. Voor grote bedrijven is dat op te vangen, voor kleine ondernemers kan het existentieel zijn. "Dus aarzelen ondernemers om mensen aan te nemen, blijven ze zelf doormodderen. Waardoor je jezelf er ook niet uit kunt groeien." Hij wijst ook op de fiscale inrichting van het land, waarbij meer werken simpelweg niet aantrekkelijk is. Zijn conclusie: als je dit oplost, worden er al gauw vier procent meer uren gemaakt door mensen in sectoren als onderwijs en zorg.
Financiële gezondheid is geen doel, maar een harde randvoorwaarde
Een valkuil die Van Brakel nadrukkelijk benoemt, is de neiging van impact ondernemers om het businessmodel op de tweede plaats te zetten. Bij zijn voormalige bedrijf Semco Style Institute, met als payoff 'Make Work Awesome', kwamen idealistische mensen op hen af. Maar Van Brakel was er helder over: "Het is niet awesome als jij je hypotheek niet kan betalen. Of als jij de salarissen niet kan betalen." Geld verdienen is geen doel op zich, maar een onmisbare randvoorwaarde om te kunnen innoveren en impact vol te houden. Wie alleen maar idealisten om zich heen verzamelt, "gaat genietend failliet, maar gaat wel failliet."
Drie adviezen, en ze beginnen allemaal bij hetzelfde principe
Gevraagd naar concrete adviezen voor ondernemers die impact willen maken, noemt Van Brakel er drie. Het eerste is blijven bij je eigen kernkwaliteit. Dat klinkt als een open deur, maar hij geeft er een specifieke dimensie aan voor impact ondernemers: "Zodra je gaat groeien, zullen andere mensen de impact moeten maken die jij in je hoofd hebt. Dus dat betekent dat je een team om je heen moet verzamelen waar die diversiteit in zit." Aan je business werken terwijl anderen in de business werken, dat is het fundament, ook als je een grotere droom najaagt.
Het tweede advies gaat over samenwerking, en dan niet alleen met andere ondernemers. Van Brakel was vier en een half jaar directeur van de economische board in de regio Stedendriehoek. Daar leerde hij dat bestuurders en ambtenaren in bestuurstaal spreken die ondernemers niet aanspreekt, maar dat het omgekeerde wel werkt. "Met ondernemerstaal kun je wel je bestuurders en ambtenaren meekrijgen. Dus in de eenvoud van de taal kun je enorme verbindingen leggen." Zijn conclusie: partijen liggen veel minder ver uit elkaar dan ze denken, zolang ze de moeite nemen om elkaars taal te leren.
'Als jij je visie niet met data kunt onderbouwen, word je een roepende in de woestijn'
Het derde advies is het scherpste, en het is ook het meest persoonlijk. Van Brakel vertelt over een wethouder die zich beriep op het voorbeeld van Steve Jobs: die had toch ook gewoon een droom en deed het? Van Brakel counterde dat onmiddellijk. Apple is een beursgenoteerd bedrijf. Jobs deed uitgebreid marktonderzoek en werkte met klantenpanels. "De denkfout dat Steve Jobs op zijn visie eventjes snel Apple heeft neergezet, is heel groot." Zijn advies is daarom: toets, vraag en neem kritische feedback serieus. En daarmee komt hij bij wat hij zelf zijn grootste fout noemt. In 1999 had hij een bedrijf genaamd Jambie, waarmee hij in essentie YouTube en Netflix bedacht, zes jaar te vroeg. En ook een digitale munt. Maar hij had uitsluitend enthousiastelingen om zich heen verzameld. "Wij zeiden, we willen alleen maar mensen die enthousiast zijn." De denkfout was dat iemand die kritisch is, niet enthousiast zou zijn. "Want iemand die kritisch is, is ook enthousiast, maar kritisch. En vaak terecht."
Het padje van een ander afmaken
Achter de drie adviezen zit een dieper principe dat Van Brakel illustreert met een verhaal uit zijn eerste baan als tomatenplukker in het Westland, in 1985. Zijn werkgever Ted had één spelregel: als de pauze begint, loop je niet meteen naar de koffie. Je stapt het padje in van een collega, maakt het samen af en bent dan tegelijk klaar. Veertig jaar later barbecuet hetzelfde clubje nog steeds jaarlijks bij Ted in de tuin.
"We maken ons padje niet meer af," zegt Van Brakel over de huidige samenleving. Hij ziet een parallel met hoe ondernemers, bestuurders en burgers met elkaar omgaan: individualistisch, gefocust op het eigen stuk, weinig bereid om even een stapje in de richting van de ander te zetten. Dat is, in zijn ogen, niet alleen een maatschappelijk probleem. Het is ook een ondernemersprobleem. Want wie niet kan delen, kan niet vermenigvuldigen. En wie geen tegengeluid duldt, neemt slechte besluiten. De vraag is niet of ondernemers de grote problemen van deze tijd kunnen oplossen, Van Brakel twijfelt daar geen moment aan. De vraag is of ze bereid zijn dat samen te doen.