Erik de Vlieger was ooit het type ondernemer waarover kranten schreven dat hij gouden tientjes produceerde als hij zijn hand in een gehaktmolen stak. Dat citaat, uit Het Parool, tekent de periode waarin hij opereerde: een overgestikte economie, een vastgoedmarkt die alles rechtvaardigde, en een zelfvertrouwen dat hij zelf niet goed kon onderscheiden van terechte competentie. Tot december 2004 alles kantelde. Wat volgde waren acht jaar die hij beschrijft als een vacuüm, een periode van rechtszaken, stilte en langzaam verval. En dan, in januari 2013, een televisie-uitzending die hij niet meer kon wegkijken.
'Ik was een rokerige, onrustige, gekooide, gewonde tijger'
Het kantelpunt was concreet en onverwacht alledaags. De Vlieger zag zichzelf terug in een uitzending van het programma van Wilfried de Jong en dacht, in zijn eigen woorden: "die man wil ik niet zijn." Wat hij zag was iemand die laat opstond, niet hard werkte, rookte en dagelijks een fles wijn dronk. "Ik was een rokerige, onrustige, gekooide, gewonde tijger," zegt hij over die periode. Daarna stopte hij met veel van die gewoonten en begon hij, naar eigen zeggen, keihard te werken.
Dat is een opvallend eenvoudig verhaal voor iemand die jarenlang in de juridische molen zat. In 2005 kwam hij in aanraking met justitie, in 2011 werd hij vrijgesproken. Maar de rechtszaak was niet het enige wat hem raakte. De economische crisis van 2008 deed de rest. Zijn luchtvaartmaatschappij Holland Excel verkocht hij voor één euro aan Arcafly, met een verlies van 35 miljoen euro naar eigen opgave. De scheepswerf ging ook. Het mediabedrijf Argo hield hij over.
Een geluk bij een ongeluk
De Vlieger relativeert de slechte jaren op een manier die aanvankelijk wrang klinkt, maar bij nader inzien strategisch consistent is. "Ik had 450 miljoen euro schuld in 2004 bij Bouwfonds. Ik had schuld bij de Deutsche Bank, ik had schuld bij een aantal andere banken. En daar stond heel veel vermogen, heel veel bezit tegenover." Als hij met die portefeuille de crisis van 2008 was ingegaan, zo redeneert hij zelf, had hij mogelijk helemaal niets overgehouden. "Ik denk dat, als ik het bedrijf niet had verkocht, voor te weinig, waar ik over geklaagd heb, maar nu niet meer, dan had ik misschien in 2008 door de banken helemaal gesloopt geworden."
Het is een redenering die de pijn van de verkoop herformuleert als bescherming achteraf. Of dat een rationalisering is of een eerlijke analyse, laat zich moeilijk van buitenaf beoordelen. Wat wel vaststaat: hij houdt op het moment van het interview naar eigen zeggen een vermogen over van 43 miljoen euro.
Drie pijlers, geen imperium
De Vlieger is in 2014 actief op drie terreinen: vastgoed in Nederland, onroerend goed in Portugal en het mediabedrijf Argo. Daarnaast is hij bezig met twee websites en runt hij het culturele bedrijventerrein De Nieuwe Energie in Haarlem, een terrein van 60.000 vierkante meter dat hij heeft verworven. Het terrein herbergt al huurders, waaronder meerdere kleine bedrijven, en genereert naar zijn opgave een stabiele huuropbrengst van circa 800.000 euro per jaar.
Zijn plan is om te bouwen naar vraag: voor elke vierkante meter die hij vooraf verhuurt, bouwt hij er twee. "Ik ga niet op voorraad bouwen. Ik ga niet een leeg gebouw neerzetten," zegt hij. Over tien jaar wil hij dat er tussen de 800 en 1200 mensen op het terrein werken. Die ambitie combineert hij uitgesproken met een gevoel van maatschappelijke bijdrage. "Als ik een nieuw gebouw ga bouwen in Haarlem en er komt een bouwbedrijf, dan voel ik dat een beetje, buiten de winst, als meegeholpen aan het oplossen van de crisis."
Het woord imperium wil hij daarbij niet horen. Niet uit bescheidenheid, maar uit berekening. "Dan denk je dat dat herinnert aan die oude tijd dat Erik eigenlijk dacht dat hij alles kon. Dan lees ik morgen weer in de krant megalomaan."
'Voetbal is de enige industrie die nog goed loopt'
In Portugal heeft hij samen met een bevriende zakenpartner een terrein van 610 hectare in de Algarve, bij Lagos. Daar wil hij het grootste voetbaltrainingscomplex van Europa bouwen, een project dat hij begroot op 115 miljoen euro. Hij heeft contact met Liverpool en Hamburg over gebruik van het complex. De bouw zou midden 2014 beginnen, met een oplevering voorzien in 2016.
De motivatie is openlijk financieel. "Dit project is louter en alleen om winst te maken. En niet anders," zegt hij. Zijn redenering is dat de voetbalmarkt de economische malaise weerstaat op een manier die andere sectoren niet lukt. Als referentie noemt hij de transfersom die destijds voor Gareth Bale werd betaald. "Ik zou niet weten welke industrie in Europa zo goed is als de voetbalindustrie."
Twitter als gewetensinstrument
Naast zijn zakelijke activiteiten is De Vlieger een intensief Twitter-gebruiker, naar eigen zeggen pas begonnen in februari van het jaar van het interview. Hij twittert over financiën, politici, bekende Nederlanders en maatschappelijke kwesties, zonder filter. "Ik vind het leuk om totaal zonder enige vorm van een filter te reageren op Twitter," zegt hij. Dat heeft hem ook bedreigingen opgeleverd. "Dat is all in the game."
Zijn compagnon Frans Macauw bevestigt desgevraagd dat De Vlieger ook tijdens vergaderingen twittert. De Vlieger ziet dat niet als onbeschoft, mits de tweets niet over het gesprek zelf gaan. De combinatie van zijn naam, zijn verleden en zijn uitgesproken online aanwezigheid bezorgt hem wel degelijk zorgen, maar dan anders dan verwacht: niet voor zichzelf, maar voor zijn omgeving. "Ik heb vier kinderen. Als men een negatieve associatie bij mijn naam zou hebben, heeft dat ook zijn weerslag op mijn kinderen, op mijn vrienden, op mijn broer, op mijn zuster."
Geen eindpunt, wel een richting
Wat De Vliegers verhaal onderscheidt van een standaard comeback-narratief is de afwezigheid van een duidelijk doel. Hij weet niet wanneer hij zichzelf weer volledig geslaagd zal vinden, en hij vraagt zich hardop af of hij dat ijkpunt überhaupt moet willen. "Ik heb geen eikpunt van dit is geslaagd. Misschien moet ik dat eigenlijk nooit hebben."
Wat hij wel weet, is wat hij wil zijn. Vijftien afspraken per dag, mensen ontmoeten, dingen creëren en uitbreiden. "Ik doe niets half," zegt hij. In die periode van acht jaar deed hij alles half, of helemaal niet. Dat contrast is voor hem de eigenlijke maatstaf, niet een balans of een portefeuille. De man die hij op televisie zag en niet wilde zijn, is het referentiepunt geworden voor alles wat hij sindsdien doet.