Klein en inhoudelijk
Ernst-Jan Pfauth maakt drie podcasts per week. Twee afleveringen van *Podcast over Media* samen met Alexander, en een interviewprogramma waarin hij mensen spreekt over de tijd vóór hun succes, Eva Jinek voordat ze bekend was, een sterrenchef, een stedenbouwkundige. Daarnaast runt hij samen met Alexander een uitgeverij die boeken uitgeeft die aansluiten op het podcastuniversum. De podcasts worden afgenomen door Podimo, wat hem de ruimte geeft er veel tijd in te steken. Het bedrijf telt één medewerker in dienst.
Dat compacte opzet is een bewuste keuze. Pfauth was eerder medeoprichter en eindverantwoordelijke bij De Correspondent, een platform dat uitgroeide tot een serieuze journalistieke onderneming met een raad van commissarissen, een ondernemingsraad, een redactieraad en aandeelhouders die zich organiseerden. "Ik dacht: ik denk niet dat mijn talent is om een HR-plan of een salarishuis te gaan ontwikkelen," zegt hij. De coronaperiode maakte het zwaarder. Na negen maanden zoeken vond hij een opvolger. Hij is nog aandeelhouder, maar niet meer actief betrokken. Zijn conclusie daarna was helder: voorlopig klein houden, zodat de tijd naar de inhoudelijke kant gaat. Naar podcasts, boeken, schrijven.
Dronken in de kroeg, uitgerekende datum
Pfauth schreef een boek: *Intentioneel Leven*. Het wordt gedrukt, papieren boeken, noteert hij met enige verbazing, die nog altijd goed verkopen. Het boek is eerlijk, ook over momenten die hij liever vergeet. Hij beschrijft hoe hij op de uitgerekende datum van zijn vriendin, inmiddels zijn vrouw, dronken in een kroeg stond bij mensen die hij nauwelijks kende, aandacht aan het oogsten.
"Niet goed," zegt hij over hoe het op dat moment met hem ging. "Ik heb het opgeschreven, want het is anders niet eerlijk als ik het niet noem. Maar ik schaamde er tegelijkertijd kapot voor."
Populariteit als motor
Om te begrijpen waarom hij daar stond, gaat Pfauth terug naar zijn jeugd in Alphen aan den Rijn. Hij wilde weg, wilde een tussenjaar in Amerika doen, mocht niet van zijn ouders. Toen hij eenmaal in Amsterdam kon studeren, probeerde hij al zijn dromen waar te maken: bij NRC werken, een tijd in New York. Het lukte, deels door geluk, deels door hard werken.
Maar wat hem motiveerde, was volgens zijn eigen analyse niet de journalistiek zelf. "Niet zozeer: ik wil een betere journalist worden. Maar meer: ik wil populair zijn, ik wil aanzien, ik wil geld verdienen." De oorsprong lag op de basisschool en de middelbare school, waar hij niet zo populair was als hij wilde. Hij compenseerde. Als hij bij een bekende talkshow aan tafel zat, genoot hij achteraf van de gedachte dat zijn oude klasgenoten hem gezien hadden. "Fuck you," zegt hij letterlijk.
Voor zijn werk als journalist en ondernemer werkte die drijfveer prima. Maar als aanstaand vader werkte ze niet. "Dan merk je niet dat je eigenlijk een ongezonde basis hebt waar je op verderbouwt." Toen zijn vriendin zwanger was, raakte hij onbewust in paniek. Er zijn twee typen aanstaande vaders, stelt hij: degene met nesteldrang en degene die nog even de vrijheid wil uithangen. Hij was dat laatste, in het kwadraat.
Zeventig boeken over geluk
Na de geboorte van zijn zoon keerde Pfauth terug van vaderschapsverlof en begon meteen een serie over zelfhulp bij De Correspondent. Hij verkocht het aan zichzelf als nieuwsgierigheid, maar achteraf was het zelfonderzoek. Hij las meer dan zeventig boeken. En hij ontdekte dat ze allemaal over hetzelfde gaan.
"Je gaat ook niet zeggen: oh goh, dat wist ik niet," zegt hij. Het zijn clichés: tijd doorbrengen met dierbaren, in een flow raken, leven volgens je waarden, geen geldstress, iets betekenen voor een ander, niet te druk zijn. Niets verrassends. Maar dat is juist het punt. "Het zit er niet zozeer in wat ik weet. Het gaat erom: hoe kan je dit op een slimme manier toepassen? We weten waar we gelukkig van worden, maar laten ons de hele tijd afleiden door dingen waar we niet gelukkig van worden."
Hij herkende ook het patroon van de mislukte toepassing. Hij las een boek, gooide zijn hele leven om, voerde drastische veranderingen door, en na twee weken was het over en ging alles verder zoals het was.
Boek voor mensen die geen zelfhulp lezen
Dat inzicht vormt de basis van *Intentioneel Leven*. Pfauth wil een boek schrijven voor mensen die normaal geen zelfhulp lezen. Alles wat hen kan afschrikken, heeft hij weggelaten. Hele hoofdstukken over zen-boeddhisme en meditatie zijn eruit geknipt. "Dan ben ik bang dat het zweverig overkomt en dat die mensen die het boek heel goed zouden kunnen gebruiken, het niet gaan lezen."
De principes erachter komen wel terug, maar dan via de westerse onderzoeksliteratuur. Hij erkent dat het een beperking is, het zijn grotendeels westerse onderzoekers die dit onderzocht hebben, maar de keuze is pragmatisch. De basisprincipes uit oosterse tradities en westerse wetenschap overlappen sowieso sterk, stelt hij.
Het zevenvinker-bezwaar
Is dit een luxeprobleem? Pfauth wordt ermee geconfronteerd: is dit niet gewoon een zevenvinker-onderwerp, voor mensen die al zoveel op orde hebben dat ze de ruimte hebben zich hiermee bezig te houden? Hij verwijst naar Maslow, wiens behoeftehiërarchie suggereert dat je pas aan zelfontplooiing toekomt als de basisbehoeften vervuld zijn. Maar hij nuanceert direct: die piramide bestaat helemaal niet zoals hij in de volksmond wordt gepresenteerd. De suggestie dat je de lagere lagen volledig doorgewerkt moet hebben voordat hogere behoeften spelen, klopt niet. Pfauth laat de vraag deels open, maar de impliciete boodschap van zijn boek is dat intentioneel leven geen privilege is, het is een kwestie van hoe je je aandacht richt, ongeacht wat je al hebt.