← Frank de Jonge

Longread

De overheidsorganisatie die niemand kent maar bijna iedereen nodig heeft

RVO helpt ondernemers met subsidies, kennis, netwerken en marktonderzoek, maar de meeste ondernemers weten dat niet. Hoofddirecteur Frank de Jonge wil daar verandering in brengen.

Redactie 7DTV · 2025-03-04 · 1122 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Frank de Jonge op 7DTV

Drie maanden. Dat is de tijd die verstreek tussen het moment dat ondernemer Sander met een idee binnenstapte bij RVO in Den Haag en het moment dat hij in het vliegtuig naar Ghana zat. In die drie maanden had RVO marktonderzoek uitgevoerd, contacten gelegd en netwerken geopend. De conclusie: Ghana was de beste plek voor zijn fabriek. Inmiddels opent diezelfde ondernemer zijn tweede fabriek in dat land. Het is het soort voorbeeld dat Frank de Jonge, hoofddirecteur publieke dienstverlening bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, graag vertelt, juist omdat het laat zien wat RVO doet buiten het hokje waar de organisatie doorgaans in wordt geplaatst.

'We zijn vooral bekend van subsidies, maar we doen zo veel meer'

Vraag een willekeurige ondernemer wat RVO is, en de kans is groot dat het antwoord luidt: die subsidieclub van de overheid. De Jonge begrijpt het beeld, maar stoort er zich ook aan. "Dat vind ik altijd wel een beetje jammer, dat we vooral bekend zijn van subsidies. Maar we doen zo veel meer dan dat." RVO is een uitvoeringsorganisatie die valt onder het ministerie van Economische Zaken, maar werkt in de praktijk voor bijna alle ministeries, provincies en de Europese Commissie. De organisatie telt bijna 7.000 medewerkers en zet jaarlijks tussen de 10 en 16 miljard euro aan beleidsbudget weg, geld dat niet aan de organisatie zelf ten goede komt, maar aan ondernemers, projecten en maatschappelijke doelen.

Naast subsidies biedt RVO leningen, fiscale instrumenten, sectorspecifieke kennis, netwerken en handelsmissies. Die laatste zijn zowel uitgaand als inkomend: niet alleen Nederlandse ondernemers die naar het buitenland gaan, maar ook buitenlandse bedrijven en overheden die Nederland bezoeken. De organisatie heeft mensen op ambassades wereldwijd en kan via die weg contacten leggen voor ondernemers die internationaal willen opereren.

Marktonderzoek, pitchtraining en overbruggingsfinanciering

Het voorbeeld van Sander en zijn bamboepapieronderneming is illustratief, maar niet uniek. De Jonge noemt ook een Hyperloop-bedrijf uit Noord-Nederland, dat werkt aan een alternatief voor vliegen. RVO begeleidde het bedrijf niet alleen bij het vinden van Europese financiering, maar trainde de ondernemer ook voor de bijbehorende pitch. "Mars was de ondernemer die dat heeft gedaan. Hij zei: ik werd echt aan de tand gevoeld. Maar het zorgde er wel voor dat ik uiteindelijk het geld heb gekregen."

Een ander voorbeeld betreft een ondernemer die een robotarm ontwikkelde voor het prikken van patiënten in ziekenhuizen, een technologie met een persoonlijk verhaal achter de oprichting. Voor dat soort bedrijven, die nog geen track record hebben en daardoor geen financiers aantrekken, kan RVO optreden als garantsteller of overbruggingsfinancier. "Dan kan je garant staan. Dat kost je natuurlijk geen geld, tenzij het helemaal misgaat. Maar vaak gaat het niet mis."

'Ambtenaren komen niet hun bed uit om er extra langzaam over te doen'

Een hardnekkig vooroordeel over overheidsorganisaties is dat ze traag zijn. De Jonge pareert dat met het voorbeeld van Sander: drie maanden van eerste gesprek tot vertrek naar Ghana. Maar hij schuift de kritiek ook niet volledig terzijde. "Tegelijkertijd gaat het over belastinggeld. Ik hoop ook dat de ondernemer, die net zo goed burger is van Nederland, wil dat wij ons belastinggeld goed uitgeven. Soms zijn procedures daardoor wat langer."

Wat hij wel wil rechtzetten, is het beeld dat ambtenaren bij RVO geen vakinhoudelijke kennis hebben. "Als wij moeten beoordelen of iets een nieuwe technologie is, dan moet je die technologie heel goed kennen. Dus er zit juist heel veel vakkennis bij RVO." Dat geldt ook voor fiscale afdelingen, waar De Jonge zelf aanvankelijk vooral administratieve kennis verwachtte te vinden. De organisatie speelt ook een verbindende rol: ze brengt marktpartijen en kennisinstituten bij elkaar, ook als ze zelf op de achtergrond blijft.

Regeldruk en de focus op maatschappelijke transities

RVO is de afgelopen jaren flink gegroeid, en De Jonge erkent dat daar grenzen aan moesten komen. De organisatie heeft zichzelf afgebakend: de focus ligt op ondernemers en organisaties, niet op individuele burgers, en de opdrachten moeten bijdragen aan wat hij de grote maatschappelijke transities noemt, energietransitie, klimaattransitie, toekomstbestendige landbouw en een toekomstbestendige economie. "We kijken wel echt met de opdrachten dat ze daaraan bijdragen."

Op het thema regeldruk is De Jonge genuanceerd. Hij ziet een goede beweging in het voornemen van het huidige kabinet om geen nationale koppen te zetten op Europese regelgeving. Maar hij is ook realistisch: "Praten over minder regels gaat heel goed, maar minder regels, dat schijnt echt lastig te zijn." RVO probeert vanuit zijn eigen positie bij te dragen door te vereenvoudigen en te versnellen, en door signalen vanuit de praktijk terug te brengen naar beleid en politiek. "Wat wij heel erg proberen te doen, juist door op bezoek te gaan bij ondernemers en onderzoeken te doen, is dat terug te brengen naar beleid en naar de politiek. Daar zijn wij goed in."

Van crisisorganisatie naar dienstverlening aan ondernemers

De Jonge zelf komt niet uit de ondernemerswereld. Hij was beroepsmilitair, werkte twaalf jaar bij Justitie en Veiligheid, en richtte een paar dagen na de Russische inval in Oekraïne de landelijke crisisorganisatie op voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. "Er kwamen meer dan vijf-, zesduizend vluchtelingen per week naar Nederland. We hadden eigenlijk nul plekken." Na anderhalf jaar leidde hij die organisatie over naar rustig vaarwater en stapte hij over naar RVO.

De rode draad in zijn loopbaan is niet sector of domein, maar een combinatie van maatschappelijk belang en dynamiek. "Ik wil echt iets doen wat bijdraagt aan de maatschappij. Maar ik hou wel van wat ondernemend. Er moet ook wat dynamiek zijn." Bij zijn vorige opdracht merkte hij hoe motiverend het was om een gezicht te kunnen koppelen aan het werk. Dat gevoel herkent hij nu ook, zij het anders: niet in vluchtelingenopvang, maar in het bezoeken van fabrieken in Amsterdam en het bespreken van bamboepapierfabrieken in Ghana.

Te bescheiden voor te lang

RVO bestaat al geruime tijd, maar heeft zichzelf weinig gepromoot. Dat heeft een prijs. In een monitor die tijdens het interview wordt aangehaald, gaf slechts 13 procent van de ondervraagde ondernemers aan bij RVO terecht te kunnen voor praktische kennis. De meerderheid koos voor marktpartijen. De Jonge neemt die cijfers serieus. "Ik denk dat we te weinig zichtbaar zijn. We doen heel veel dingen achter de schermen, of andere partijen zijn het gezicht."

Het is een organisatie die ondernemers helpt bij verduurzaming, innovatie, internationaal ondernemen, landbouw, netcongestie, onderzoek en ontwikkeling, en die ook gewoon bereikbaar is via de website, telefoon of fysiek op een van de vijf locaties in Nederland. Weinig landen hebben zoiets, zegt een van de ondernemers die De Jonge bezocht. "Als ik in het buitenland vertel dat wij een rijksdienst voor ondernemers in Nederland hebben, weinig landen hebben dat op deze manier." Of Nederlandse ondernemers dat beseffen, is een andere vraag.

Ondernemerspagina Frank de Jonge →