Gerrit Jan Reinders is eerlijk over zijn prioriteiten. Gevraagd te kiezen tussen zijn scale-up Boxxy24 en het familiebedrijf Reinders, aarzelt hij nauwelijks: "Als ik moest kiezen, zou ik toch voor mijn familiebedrijf kiezen. Daar zit de liefde. Daar zit de familieband in." Het is een antwoord dat verrast, want wie zijn CV bekijkt, ziet vooral de bouwer van iets nieuws. Maar wie goed luistert, hoort een ondernemer die twee projecten tegelijk runt, en die weet dat ze fundamenteel anders van aard zijn.
Van auditkantoor naar DDR-loods
Reinders studeerde twee masters aan de Erasmus Universiteit, finance and investment en accounting and control, en werkte daarna vijf jaar bij Deloitte, waar hij zo'n 125 beursgenoteerde bedrijven auditeerde. Niet omdat hij de cijfers zo boeiend vond, want dat vond hij ze niet. "Het ging niet zozeer om de cijfers, want die vond ik heel saai. Het was meer met het oog op mijn familiebedrijf overnemen. De wereld achter de cijfers." Hij leerde hoe bedrijven geld verdienen, hoe industrieën werken, wat marges doen met waarderingen.
Tussen die honderden dossiers vielen twee sectoren op: datacenters en self-storage. De eerste was te kapitaalintensief. De tweede was saai, maar de marges en verkoopprijzen waren hoog. In 2014, op zijn 29e, vertrok hij naar Berlijn. Niet naar een kantoor in Mitte, maar naar Berlijn-Marzahn, een industrieterrein in Oost-Berlijn waar vroeger DDR-tanks werden gestald. Daar begon Boxxy24, met 100.000 euro aan startkapitaal van familie en vrienden.
"Ik dacht, dat doen we even"
Het liep niet. De eerste formule, duurzame verhuisdozen die je kon opslaan en laten ophalen, genereerde aandacht maar geen omzet. Een interview in de Bild, elfmiljoen lezers, leverde veel websiteverkeer op. "Maar eigenlijk werd er niks verkocht." Reinders erkent dat hij de klant verkeerd had ingeschat en de formule niet klopte. In november 2015 lag hij 's nachts wakker met hartkloppingen.
In februari 2017 zat hij met zijn vader te vergaderen. Zijn vader vroeg of hij het nog zag zitten. "Toen zei ik, heel eerlijk, dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb wel een plan gemaakt of het gaat werken of niet. Maar ik zou het niet meer weten. Want ik heb nu al zoveel dingen gedaan die niet zijn gelukt." Het dieptepunt was reëel. Toch ging hij door. De formule werd opengegooid: bredere opslag, meer klanttypen, nieuwe naam. Boxxy24, de 24 verwijst naar altijdopen zijn, een begrip dat in Duitsland ingeburgerd is via platforms als Check24.
Investeerders die in de mens investeren
In 2016 stapte de familie Van Veghel van Timeless Investments in, omschreven als een grote vastgoedfamilie die onder meer winkelcentra en woontorens ontwikkelt. Zij namen destijds een belang en kochten later nog eens 5 procent bij. Zij bezitten nu 30 procent van Boxxy24; Reinders houdt 70 procent. Wat hem is bijgebleven van dat moment: "Ze zeiden, we investeren niet in het bedrijf. We investeren in de man die het bedrijf runt. Je gaat door muren heen, hebben ze letterlijk gezegd."
Met hun vastgoednetwerk en kapitaal volgde de schaalsprong. Boxxy24 telt nu 93 locaties in Duitsland, Nederland, de Verenigde Staten en Australië. In Amerika zijn dat onder meer New York, Philadelphia en Miami. In Australië is Melbourne recent gestart, met franchiseplannen voor verdere uitbreiding. Tachtig procent van de omzet komt van consumenten. Een exit sluit Reinders niet uit, maar is niet het doel op dit moment: "We schalen heel erg hard op. Het is nu nog te vroeg."
Het familiebedrijf als permanente opgave
Parallel aan Boxxy24 nam Reinders het familiebedrijf Reinders over. Het bedrijf, nu in de vierde generatie, telt tien businessverticalen: van klimaatsystemen voor kassen tot machines voor de houtindustrie, van drukkerijen tot medicinale cannabisteelt. Meer dan 2.000 hectare kasoppervlak wereldwijd is geclimatiseerd met Reinders-technologie. De grootste markt is momenteel China, waar de opkomst van de middenklasse de vraag naar groenten sterk doet groeien.
Dat slechts 3 procent van familiebedrijven de vierde generatie haalt, weet Reinders uit onderzoek én uit een cursus aan INSEAD. De verklaring is meervoudig: de verkeerde opvolger, gebrekkige governance, of simpelweg geen opvolger die het wil. "Als je nu honderd mensen op een rij zet, ben ik wel de meest geschikte om dat familiebedrijf te runnen. Waarschijnlijk niet. Van die honderd mensen is misschien wel één iemand beter." Hij zegt het zonder zelfbeklag, eerder als analyse van een structureel risico dat familiebedrijven eigen is.
"Als het gebouw roze wil verven"
De generatiewissel bracht weerstand mee. Medewerkers met veertig dienstjaren die ineens in de cloud moesten werken. Een IT-infrastructuur die 67.000 euro per jaar kostte bij KPN en nu voor 200 euro per maand op AWS draait. "Die mensen houden er helemaal niet van dat ze in de cloud moeten werken ineens." Reinders erkent de moeilijkheid, maar is helder over hoe hij ermee omgaat: communiceer de visie, leg het voor aan de raad van commissarissen, en zet dan door. "Als ik het gebouw roze wil verven, dan zullen ze het misschien niet mee eens zijn. Maar als je dat dan echt wil, kun je wel doorpakken."
Om ruzies over eigendom te voorkomen, werkt Reinders met een familiestatuut. Het bedrijf zelf gaat naar één opvolger; het commercieel en residentieel vastgoed wordt gedeeld met broers, zussen en neven. De redenering is nuchter: "Als mijn overgrootopa zo had gedacht, mijn opa had ook drie zussen, dan zaten we nu al op vijftig of honderd aandeelhouders. En dan was het bedrijf kapot, want dan kun je niks meer beslissen."
Rentmeesterschap als einddoel
Reinders omschrijft zijn rol in het familiebedrijf als rentmeester. Niet eigenaar in de klassieke zin, maar bewaarder van iets wat hij heeft gekregen en moet doorgeven. "Ik wil dat doorgeven aan de volgende generatie. We hebben ook echt een langetermijnvisie." Een professor aan INSEAD formuleerde het voor hem als volgt: het maakt niet uit of je een bakkerij runt of Heineken, als je langer dan honderd jaar bestaat, ben je succesvol, want blijkbaar heeft elke generatie voor jou iets goed gedaan.
Dat Boxxy24 en Reinders zo verschillend van aard zijn, de een een schaalbaar techconcept, de ander een gelaagd industrieel erfgoed, lijkt hem niet te hinderen. Eerder geeft het hem houvast. Hij heeft leren omgaan met tegenslag via Boxxy24, en heeft geleerd wat continuïteit vraagt via Reinders. De twee projecten vormen samen het profiel van een ondernemer die weet dat bouwen en bewaren niet hetzelfde zijn, maar elkaar wel kunnen versterken.