← Hayeda Abbasi

Longread

Van oorlogsgebied naar eigen kliniek: overleven als ondernemerskwaliteit

Hayeda Abbasi vluchtte als kind uit Afghanistan, reisde anderhalf jaar door Azië en Europa en bouwde in Nederland twee beautyklinieken op. Wat haar verhaal zegt over de relatie tussen overleven en ondernemen.

Redactie 7DTV · 2025-02-18 · 1033 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Hayeda Abbasi op 7DTV

Hayeda Abbasi zat als zeven-, achtjarig meisje dagelijks bij de voordeur van haar huis in Kabul te wachten. Haar moeder, directrice van een grote school, moest de straat op in een stad die langzaam in een oorlogsgebied veranderde. Elke keer dat de deur dichtviel, begon het wachten. Zou ze terugkomen?

Dat gevoel heeft Abbasi nooit helemaal losgelaten. Maar het heeft haar ook iets gegeven dat ze later zou herkennen als de kern van haar ondernemerschap: de reflex om door te gaan, ongeacht wat er op je pad komt.

'Het was gewoon een oorlogsgebied'

Abbasi is geboren in Iran, waar haar Afghaanse ouders als vluchtelingen verbleven. Het gezin keerde terug naar Kabul, leefde daar een paar jaar in relatieve rust, maar werd ingehaald door de werkelijkheid toen de Mujahideen aan de macht kwamen. Daarna volgde een vlucht naar Herat, de provincie waar de familie oorspronkelijk vandaan komt. Ook daar was het aanvankelijk rustiger, totdat de Taliban de stad binnentrok.

"De dag dat ze kwamen, hoorden we: de Taliban komt, de Taliban komt. Ze kwamen heel rustig binnen, er was helemaal geen oorlog of niks. En de volgende dag gingen wij in ons uniform naar school. Komen we aan, zegt ze: nee, er is geen school meer, scholen zijn dicht."

Haar moeder weigerde zich neer te leggen bij die werkelijkheid. Ze begon thuis les te geven aan meisjes uit de buurt, een jaar, anderhalf jaar lang. Tot ze werd opgepakt en twee nachten vastzat. Toen ze vrijkwam, was haar besluit genomen. "Ze zei: oké, we gaan weg hier, dit is niet voor ons."

Anderhalf jaar onderweg

Wat volgde was een reis die Abbasi zelf nauwelijks zo noemt. Met haar moeder, twee broers, haar tante en vier nichten vertrok ze uit Afghanistan richting Iran, vervolgens via Asjchabad en Tadzjikistan naar Moskou, en vandaar door Oekraïne en Polen naar Duitsland en uiteindelijk Nederland. Haar vader bleef achter, financiële middelen ontbraken, en hij wilde iets achtergelaten hebben om op terug te vallen.

De reis duurde anderhalf jaar. Abbasi was elf toen ze vertrok, twaalf en een half toen ze aankwam. Een deel van de route werd geregeld door mensensmokkelaars. "Het waren gewoon normale, Farsi sprekende mannen. Er is niks engs aan hen. Ze regelden vervoer en onderdak, voor heel veel geld."

Met acht kinderen in de groep ervoer Abbasi de reis soms bijna als avontuur. "Voor ons was het een beetje een vakantiegevoel." Maar de werkelijkheid was anders. Een chocoladereep, verdeeld onder iedereen, één keer per maand. Een gehuurd huis in Moskou met negen mensen. En daarna steeds doorreizen, van woning naar woning.

VMBO-advies, twee jaar later VWO

In Nederland kwamen ze terecht in Drenthe, werden doorgestuurd naar Zevenaar, daarna Zwolle, daarna Ommen, waar de familie een verblijfsstatus kreeg. Uiteindelijk belandde Abbasi in Enkhuizen, bij haar tante. Ze leerde Nederlands via een schakelklas, kreeg een VMBO-advies, en stapte binnen een jaar over naar havo-vwo.

Dat patroon, onderschat worden, en vervolgens meer laten zien, is herkenbaar bij meer ondernemers met een vluchtelingenachtergrond. Abbasi zelf verklaart het vanuit de boodschap die ze van haar moeder meekreeg. "Mijn moeder zei: ik wil dat mijn dochters, mijn kinderen een toekomst hebben, dat zij echt zelfstandig zijn. Dus je komt hier en je zegt van: we hebben alles voor jullie achtergelaten. Dus ga maar, laat jezelf zien."

Sie studeerde economie en recht op het hbo, begon aan een universitaire vervolgopleiding maar stopte daar na een jaar mee. "Was niks voor mij." Ze ging werken, uiteindelijk bij ABN AMRO op de Zuidas, waar ze vier jaar bleef.

'Klant per klant alles gespaard'

Het ondernemersverlangen was er al eerder. Op de middelbare school bedacht ze samen met haar broer plannen voor kledingwinkels en evenementenzalen. Maar de stap werd steeds niet gezet. Pas naast haar baan bij ABN AMRO begon Abbasi serieus te bouwen aan iets eigens. Ze deed een make-upopleiding in de avonduren, maakte bruiden op, leerde daarna permanente make-up, hoogzwanger.

"Sindsdien is het allemaal vanzelf gegaan." Ze corrigeert zichzelf meteen. "Nee. Er ontstaan niet vanzelf twee klinieken. Je moet investeren."

Ze begon met een gehuurde stoel in een kapperszaak. Werkte anderhalf jaar vanuit een andere kliniek, in de weekenden en avonden, naast haar reguliere baan. Spaarde alles op. Stopte bij ABN AMRO en opende haar eerste eigen kliniek in Amsterdam, gestart met tienduizend euro eigen geld. Geen leningen. De locatie moest volledig worden verbouwd. Abbasi zette hoogzwanger IKEA-kasten in elkaar. Drie weken na de bevalling stond ze weer te werken, de huur moest betaald worden.

"Klant per klant alles gespaard. En zo geïnvesteerd."

Nu heeft Face Factory tien medewerkers, vestigingen in Amsterdam en Leeuwarden, en zijn er plannen voor een Academy, fysiek én online, gericht op het overdragen van technieken aan andere behandelaars.

'Doorzettingsvermogen. En doorgaan.'

Als Abbasi wordt gevraagd wat een ondernemer succesvol maakt, is haar antwoord kort. "Doorzettingsvermogen. En vastberadenheid. Maar voornamelijk doorzettingsvermogen. En doorgaan. En niet opletten op kleine dingen die gebeuren."

De keerzijde is er ook. Abbasi heeft vitiligo, een huidaandoening. Stress verergert de klachten, en ondernemen brengt structureel stress mee. Het bedrijf overleefde de coronaperiode twee keer, met personeel in dienst, huurcontracten en leasecontracten die doorliepen. Slaaploze nachten zijn geen uitzondering. Ontspanning vindt ze in dagelijks sporten en een uur Netflix nadat de kinderen slapen.

Het matriarchaat als erfenis

Achter het ondernemersverhaal van Abbasi schuilt een familiegeschiedenis die minstens zo opvallend is. Haar moeder was in Afghanistan schooldirectrice, weigerde onder Taliban-bewind te stoppen met lesgeven, en organiseerde de vlucht naar Nederland. Haar grootmoeder stuurde al haar zes kinderen naar school in een dorp waar dat verre van vanzelfsprekend was, en financierde dat door te naaien en te koken.

"Mijn moeder was echt de kracht in onze familie. Die zorgde ervoor dat wij naar Nederland kwamen, dat we paspoorten geregeld hadden." Haar vader, die jaren later naar Nederland overkwam en vorig jaar op 75-jarige leeftijd overleed, beschrijft ze als een stille kracht op de achtergrond. "Mijn moeder had niet zonder mijn vader gekund. Maar mijn moeder durfde meer."

Die lijn, van grootmoeder naar moeder naar dochter, loopt door in hoe Abbasi haar bedrijf runt en hoe ze naar de toekomst kijkt. Niet als iemand die iets te bewijzen heeft, maar als iemand voor wie stoppen simpelweg geen optie is. Dat leerde ze niet op een MBA. Dat leerde ze bij een voordeur in Kabul.

Ondernemerspagina Hayeda Abbasi →