Lijsten, glas en karton
Henk Lever begon zijn ondernemersleven in een branche die de meeste mensen nooit bewust opvalt: de lijstenmakerij. Eind jaren zeventig bestond er nog geen Ikea, en alles wat Nederlanders aan de muur hingen, schilderijen, ingelijste foto's, reproducties, passeerde via de detailhandel. Er waren 1500 van die zaken in Nederland. Lever zag een markt en specialiseerde zich in het leveren van componenten aan die lijstenmakerijen: lijstproducten, glas, karton. Hij bouwde stap voor stap een groothandel op die uitgroeide tot een van de voorlopers in de Nederlandse markt.
Hans de Vet liep in diezelfde periode een vergelijkbaar pad, maar als werknemer. Hij begon als vertegenwoordiger en verkocht lijsten en schilderijen voor een groothandel, de directe concurrent van Lever. Zo kenden ze elkaar: als tegenspelers in dezelfde niche, zonder ooit serieus samen te werken.
De eerste verkoop, op 42-jarige leeftijd
In 1996 diende zich een Amerikaanse partij aan op de Europese markt. Het bedrijf was marktleider in Amerika, met een omzet van rond de 500 miljoen dollar in lijstproducten. Lever besloot te verkopen. Het bedrijf was honderd procent van hem, en de transactie maakte hem financieel onafhankelijk.
Toch vertrok hij niet naar Zuid-Frankrijk. "Ik was toen 42," zegt Lever. "Zonder een duidelijk doel van wat ik daarna zou doen. Na een half jaar, na de euforie van iets verkocht hebben, had ik toch de behoefte om weer wat toe te voegen." Hij zocht verder, deels in aanpalende markten zoals de meubelwereld. Een nieuw bedrijf dat hij opzette werd later voortgezet door zijn oudste zoon.
De Vet sloeg na zijn vertegenwoordigersperiode een andere weg in. Hij importeerde Diesel-spijkerbroeken, belandde via een omweg in de cosmetica, maakte parfums onder private label en kocht uiteindelijk de licentie van Frans Bouwer. "Dat was in die tijd een geweldig succes," zegt hij. "Een heel fijn geurtje."
Vijf jaar uit het arbeidsproces
Toen verleende het leven De Vet geen keuze. Beide ouders kregen tegelijkertijd Alzheimer. Vijf jaar lang zette hij zijn ondernemersleven opzij om voor hen te zorgen. Het parfumbedrijf had hij verkocht aan zijn compagnon, wat hem financieel enige ruimte gaf. Maar vijf jaar is lang. "In vijf jaar tijd teer je enorm in."
De dag nadat zijn moeder stierf, reed hij automatisch naar haar adres, en realiseerde zich pas op de parkeerplaats dat ze er niet meer was. Hij reed door naar Motel Eindhoven en bestelde koffie. Henk Lever liep binnen voor een lunchtussenstop, onderweg vanwege een bedrijfje dat hij net over de grens had overgenomen. Ze hadden elkaar twintig jaar niet gezien.
Herenigd in een bankencrisis
Het gesprek begon bij koetjes en kalfjes, liep via het verleden en eindigde bij de stand van zaken. Lever was nog steeds actief in de lijstenbranche, maar de bankencrisis had zijn bedrijf hard geraakt. De omzet was met dertig procent gedaald. De Vet had tijd. Lever had overcapaciteit. De combinatie was vanzelfsprekend, al duurde het proces van die eerste koffie tot een gezamenlijk bedrijf langer dan een paar weken. Pas rond 2013 en 2014 begon de samenwerking concreet vorm te krijgen.
De vraag was simpel: hoe vul je productiecapaciteit die je toch hebt? Ze begonnen te brainstormen en liepen tegen textielframes aan, via een klant van Lever bij Vardia, een lijstengroothandel, die vroeg naar dat specifieke product. Lever en De Vet wisten nauwelijks wat een textielframe was. Ze gingen op zoek, vonden het, en probeerden het vervolgens in hout te maken, aansluitend bij Levers achtergrond.
Een standje tussen de Aziaten
De markt voor textielframes werd gedomineerd door aluminium. Licht, stabiel en breed ingeburgerd als drager voor op textiel gedrukte reclame-uitingen. Digitaal textielprinten was rond 2010 echt op gang gekomen: grote digitale printmachines konden op dun textiel een reclameuiting scherp en goedkoop reproduceren, met als bijkomend voordeel dat de logistiek een stuk eenvoudiger werd dan bij traditionele materialen.
Lever en De Vet redeneerden dat de grote Europese inkopers naar de Sain China-beurs in Guangzhou zouden komen. Dus gingen zij daar ook naartoe. Met een klein standje, houten textielframes en een hamer. Terwijl ze de stand opbouwden, kwamen Chinese beursbezoekers nieuwsgierig kijken, twee niet-Aziaten die zelf hun kraam in elkaar zetten was kennelijk een ongewone aanblik.
Eén van hen stelde een vraag die de richting van het bedrijf zou bepalen: of ze licht wilden achter de frames. Die nacht maakte hij acrylplaten met ledstrips erin. De volgende ochtend stonden ze op de stand. Stekker in het stopcontact, en de frames lichtten op. "Dat was een geweldig gezicht," zegt De Vet. In één klap hadden ze niet meer alleen een lijstproduct, maar een verlicht displayproduct met toepassingen in retail, horeca en evenementen.
Goed bedrijf, goede verkoop
Wat EFKA uiteindelijk werd, een speler in verlichte textielframes voor de b2b-markt, is het rechtstreekse resultaat van die twee toevallige ontmoetingen: één op een beurs in China, één in een motelrestaurant in Eindhoven. Lever vat zijn ondernemersfilosofie bondig samen. "Als je iets perfect leidt, dan wordt het een goed bedrijf. En een goed bedrijf kun je altijd verkopen." Dat ze uiteindelijk niet voor de hoogste bieder kozen bij de verkoop van EFKA, past in datzelfde beeld: de beslissing werd niet gedreven door de maximale opbrengst, maar door de vraag wie het bedrijf het beste kon voortzetten.