← Herman Kienhuis

Longread

De investeerder die gelooft dat ethische AI gewoon betere bedrijven oplevert

Herman Kienhuis bouwde een Europees AI-fonds op de stelling dat verantwoorde technologie en goed rendement elkaar niet uitsluiten. Of dat klopt, moet de komende jaren blijken.

Redactie 7DTV · 2025-10-28 · 1127 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Herman Kienhuis op 7DTV

Herman Kienhuis heeft drie technologiegolven van binnenuit meegemaakt: internet, mobiel en cloud. Toen hij vier jaar geleden samen met partner Maries Beckhans het investeringsfonds Curiosity Venture Capital opzette, dacht hij een vierde golf te zien aankomen. AI, al in 2020 en 2021, ruim voor de brede publieke doorbraak van generatieve AI. Wat Curiosity onderscheidt van andere vroege AI-fondsen is niet alleen de timing, maar de stelling die eraan ten grondslag ligt: dat je de beste bedrijven bouwt door technologie verantwoord in te zetten. Geen impactfonds, benadrukt Kienhuis, maar een gewone venture capital-speler met een scherpe visie op wat duurzame technologie oplevert.

Van mediaproductontwikkeling naar pionieren als investeerder

Kienhuis bouwde zijn carrière op in de digitale media. Bij Ilsemedia leidde hij productontwikkeling, waaronder een vroege iPhone-app voor Nu.nl. Daarna zette hij Sanoma Ventures op, een van de eerste corporate venture capital-fondsen in de Nederlandse softwarewereld. "Er waren wat grote voorbeelden, meer in het gebied van Shell of DSM, maar op het gebied van software waren er eigenlijk nog niet zoveel van dat soort fondsen." Later deed hij hetzelfde bij KPN Ventures, waar hij leerde dat corporate venture capital het beste werkt als de start-up al wat verder is. "Je moet eigenlijk net wat verder zijn als start-up, wil je echt een goede partnership met een corporate kunnen bouwen." Die achtergrond, én het netwerk dat hij in Scandinavië opbouwde, vormde de basis voor Curiosity.

'Wij willen niet investeren in technologie die de wereld opeet'

De naam Curiosity is niet toevallig gekozen. De filosofie achter het fonds is een directe reactie op een bekende uitspraak uit Silicon Valley. "De beroemde zin van Andreessen Horowitz is: software is eating the world," legt Kienhuis uit. "En eigenlijk zie je ook steeds meer negatieve aspecten van grote technologie die wordt uitgerold over de maatschappij. Dus wij vonden het wel belangrijk om te zeggen: we willen eigenlijk niet investeren in technologie die de wereld opeet. Het moet de maatschappij dienen." Dat betekent in de praktijk dat het fonds investeert in Europese AI-bedrijven die opereren in lijn met Europese waarden en regelgeving, waaronder de Europese AI-act. Kienhuis is gematigder over die wet dan critici. Hij vergelijkt het gunstig met de GDPR: "Deze wet is wel behoorlijk goed doordacht en ontwikkeld in gesprek met allerlei experts." De risicoclassificatie zorgt er volgens hem voor dat strenge eisen beperkt blijven tot hoog-risicotoepassingen, zoals toegang tot financiële producten of juridische processen.

Kleine landen, groot internationaal denkvermogen

Curiosity investeert uitsluitend in de Benelux, Scandinavië en de Baltische Staten. Die keuze is bewust en gaat verder dan netwerk of gewoonte. Kienhuis ziet in deze regio een eigenschap die grote Europese markten missen. "Die ondernemers denken veel internationaler. Die hebben eigenlijk de facto al een veel internationalere focus, gewoon internationaal meteen vanaf het begin." Landen als Frankrijk en Duitsland heeft Curiosity bewust buiten scope gelaten. Niet vanwege kwaliteit, maar vanwege marktdynamiek. "Die hebben zo'n grote thuismarkt dat ondernemers gewoon in de thuismarkt beginnen, waardoor ze eigenlijk een belemmering hebben om heel snel internationaal te gaan." Naast die strategische overweging spelen praktische factoren mee: juridische systemen die Kienhuis als efficiënt beoordeelt, een goede work ethic en de al bestaande netwerken van beide partners in de regio.

Ondernemers als mede-eigenaar van het fonds

Een van de meest ongewone elementen van Curiosity is de structuur waarmee het fonds is opgebouwd. Alle ondernemers waarin het fonds investeert, worden mede-eigenaar van het fonds zelf. Via een stak worden carry-rechten, de winstrechten uit het fonds, gedeeld met de portefeuillebedrijven. "We wilden iets bouwen waar we het succes ook delen met de mensen met wie we werken," zegt Kienhuis. Het praktische gevolg is dat ondernemers een belang hebben bij elkaars succes. "Ze zijn een beetje mede-eigenaar van elkaars bedrijven via het fonds, maar ook om ons te helpen met advies en input." De constructie vergde juridisch uitzoekwerk, maar functioneert inmiddels. Kienhuis merkt dat ondernemers het waarderen om op die manier betrokken te zijn.

Duizend plannen, een derde mislukt

Het fonds beoordeelt naar eigen zeggen ongeveer duizend businessplannen per jaar, waarvan er ruwweg vijfhonderd daadwerkelijk worden geanalyseerd. De selectiecriteria zijn uitgesproken. Kienhuis zoekt teams met domeinkennis in de industrie waarvoor ze bouwen, gecombineerd met technische kennis van AI en commerciële executiekracht. "We zien dat bij AI-toepassingen dat heel belangrijk is dat je echt kennis hebt van een bepaalde industrie, zodat je het ook zo kan vormgeven dat het echt een probleem oplost." Maar ook de houding ten opzichte van AI-ethiek telt mee bij de selectie. "We willen zien dat een ondernemer daar niet helemaal blind voor is, al hoeft het nog niet perfect te zijn in het begin." In het fondsmodel rekent Curiosity op een verdeling van twintig bedrijven waarbij zeven mislukken, zeven matig presteren en zes succesvol zijn, waarvan twee als echte internationale uitschieters. Fonds 1 bevat 32 miljoen euro, ongeveer twee derde is inmiddels geïnvesteerd. Een tweede fonds is in voorbereiding, met een beoogde start ergens in het tweede kwartaal van volgend jaar en een minimale inleg van 250.000 euro per investeerder.

Concrete namen uit de portefeuille

Kienhuis noemt een aantal investeringen bij naam. Stryce, een Noors bedrijf dat met AI het KYC-screeningsproces voor banken versnelt, haalde een jaar na de seed-investering van Curiosity een A-ronde op bij Atomico en breidt nu uit naar onder meer Nederland en Duitsland. Altura, een Amsterdams platform voor het vinden en beantwoorden van tenders en RFP's, haalde dit jaar een A-ronde op bij Octopus, nadat Curiosity een jaar eerder was ingestapt. En Niepel, een Nederlands bedrijf dat digitale medewerkers levert aan klantenserviceteams, ontwikkelt zich richting een persoonlijke assistent die via e-mail, Slack of WhatsApp communiceert. "Eigenlijk is dat er al," zegt Kienhuis over de vraag hoe ver we nog verwijderd zijn van een permanente digitale assistent. "Het is een kwestie van adoptie nu. De grootste bottleneck is veel meer het gedrag van mensen dan de technologie."

Europa als tegengewicht, of niet

Kienhuis is openhartig over de structurele zwakte van het Europese tech-ecosysteem. Pensioenfondsen investeren te weinig in venture capital, waardoor het kapitaal voor vroegfase technologiebedrijven schaars blijft. En veel succesvolle Europese bedrijven worden uiteindelijk overgenomen door Amerikaanse partijen. "Het is jammer dat heel veel Europese bedrijven uiteindelijk worden overgenomen door Amerikaanse bedrijven, want daarmee creëren we meer afhankelijkheid van technologie die elders wordt ontwikkeld." Hij wijst op Europese initiatieven als OVH Cloud in Frankrijk en de Lidl Cloud van Schwarz Group in Duitsland als tekenen dat er iets verandert, maar erkent dat die partijen vergeleken met de grote Amerikaanse cloudspelers nog klein zijn. Of Curiosity met zijn aanpak, Europese focus, ethische selectiecriteria en gedeeld eigenaarschap, een alternatief pad bewijst dat werkt, hangt af van uitschieters die er over vijf tot zeven jaar nog niet zijn. Dat is de onverbiddelijke logica van venture capital: de horizon is lang, en de rekening komt later.

Ondernemerspagina Herman Kienhuis →