Hij vluchtte op zijn dertiende uit Afghanistan, leerde Nederlands uit een boek van 35 gulden en rolde via de universiteit een businessplan in voor een zuivelfabriek in Kabul. Mirwais Momand, oprichter van Mido Dairy, runt vandaag een bedrijf met 29 medewerkers in een van de meest instabiele markten ter wereld, en doet dat vanuit Nederland. Wat hem drijft is geen romantisch idealisme, maar een combinatie van koppigheid, schuldgevoel en de simpele overtuiging dat alles tijdelijk is. Ook succes.
'Misschien is het een soort politiecodetaal'
Het gezin Momand arriveerde in Nederland tijdens de eerste talibanperiode. Vader was al jaren eerder overleden, hij was chirurg en wilde het land niet verlaten. Moeder besloot alsnog te vertrekken, met Mirwais, zijn zusje en zijn oma. De reis duurde een paar maanden, via verschillende vervoersmiddelen, naar een bestemming die onderweg nog niet vaststond. Uiteindelijk werd het Nederland.
Mirwais was dertien jaar oud en de enige in het gezin die Engels sprak. Bij het eerste contact met autoriteiten, hij denkt een politiebureau in Utrecht of Rotterdam, hoorde hij voor het eerst Nederlands. Zijn moeder vroeg hem of dat echt een taal was. "Misschien is het een soort politiecodetaal," dacht hij. De g's en de r's konden onmogelijk ergens op slaan.
Het gezin werd ondergebracht in een aanmeldcentrum, daarna overgeplaatst naar Limburg, vervolgens naar Drenthe, later naar Eindhoven en Brabant. Steeds weer nieuwe plekken, nieuwe mensen, nieuwe scholen. Mirwais mocht aanvankelijk niet naar regulier onderwijs. Tijdelijk verblijfsvergunning, geen toegang tot studieboeken via DUO, tien gulden zakgeld per week.
Een boek van 35 gulden
In een boekenwinkel in Steenwijk zag hij een Nederlands-Engels taalleerboek. Het kostte 35 gulden, ruim drie weken zakgeld voor het hele gezin. Zijn moeder kocht het. "Dat is eigenlijk een van de beste investeringen geweest die ik ooit heb gedaan," zegt Momand. Met dat boek leerde hij zichzelf de taal, thuis, zonder klas.
Toen hij later instroomde in het reguliere onderwijs, werd hij ingedeeld op VMBO-2. De decaan zei dat hij al blij mocht zijn dat hij überhaupt op die school terechtkwam. Momand hoorde het aan en besloot het tegendeel te bewijzen. Met een gemiddeld cijfer van acht haalde hij bij de kerstvakantie de overstap naar HAVO, en bij de zomervakantie stroomde hij door naar VWO-3. Iemand op school had hem verteld dat VWO "niet voor allochtonen" was. "Hoe meer ik te horen kreeg dat het niet kan, hoe meer geïnteresseerd ik raakte."
Van master thesis naar melkfabriek
Aan de Universiteit van Tilburg studeerde hij finance. Zijn doel was investment banker worden. Nul risico, duidelijk pad. Maar in 2010 richtte hij met andere studenten een stichting op voor weeskinderen in Afghanistan en reisde hij voor het eerst terug naar het land. In een winkel zag hij een Franse kaas die ruim over de datum was. Toen hij de winkelier daarop aansprak, reageerde die geïrriteerd. Hij liep langs andere winkels. Overal was de kwaliteit slecht of de prijs te hoog.
"Puur uit nieuwsgierigheid," zegt Momand, begon hij aantekeningen te maken. Zijn masterthesis over finance groeide ongemerkt uit tot een businessplan voor een zuivelfabriek. Want yoghurt, legt hij uit, is in Afghanistan wat kaas is in de Nederlandse keuken: een dagelijks product.
Hij deelde het plan met een paar ondernemersdelegaties uit Afghanistan, maar had er verder weinig mee. Tot hij moest kiezen: een management traineeshipbaan bij een grote Nederlandse bank, met uitzicht op drie jaar Singapore, of zijn businessplan uitvoeren. Hij koos voor het laatste. "Ik ben met een rugzak en vijfduizend euro naar Afghanistan gegaan om te kijken of het haalbaar was."
'Je opereert in een fragiele situatie'
Het werd haalbaar. Een Nederlands bedrijf zag iets in hem en leverde machines en technologie. Investeerders haakten aan. Een ex-partner deed mee. Zes jaar bouwde Momand aan Mido Dairy, terwijl hij er naast zijn werk als adviseur in Nederland geld in stak. "Ik wil niet afhankelijk zijn van iemand anders. Ik heb liever dat ik extra uren werk."
De fabriek produceerde uiteindelijk yoghurt en zuivel voor de lokale markt: winkels, supermarkten, hotels, trouwzalen, wholesalers. De capaciteit bedraagt 40.000 liter per dag, maar de werkelijke productie ligt nu op 3.000 tot 4.000 liter, onder meer door problemen met de aanvoer van verse melk en de verpakking. Bankbetalingen voor verpakkingsmateriaal zijn na de terugkeer van de Taliban in 2021 grotendeels weggevallen. Impact-investeerders en potentiële afnemers trokken zich terug. "De laatste drie jaar is gewoon heel erg heftig geweest."
Er gingen meerdere miljoenen in het bedrijf. Terugverdiend is dat nog niet. Momand omschrijft Mido Dairy als een soort social enterprise, deels gefinancierd met subsidies. Er zijn momenten geweest waarop het breakeven draaide, maar een stabiele winstgevendheid bleef uit. Op dit moment draait het bedrijf nog steeds licht verlies. Hij financiert het bij met zijn adviespraktijk in Nederland. De 29 medewerkers, verdeeld over een financieel manager, een productiemanager en een salesmanager met hun teams, runnen de zaak zelfstandig. Momand overlegt wekelijks met de drie leidinggevenden. "Men ziet het als een eigen bedrijf. Ze weten dat ik daar niks aan verdien. Alles wat er is, is voor hunzelf."
Survivors guilt
Vraag Momand waarom hij doorgaat, dan noemt hij een begrip dat hij zelf introduceert: survivors guilt. Het gevoel dat je met een paspoort weg kunt, terwijl mensen met wie je samenwerkte dat niet kunnen. "Je kan het deels oplossen door op bepaalde gebieden te helpen, maar je kan niet overal helpen." Hij zegt het nuchter, maar het is duidelijk dat het hem niet loslaat.
Tegelijk is hij realistisch over de situatie in Afghanistan. Er is veiligheid, zegt hij, maar economische activiteit is laag. Meisjes mogen niet naar school. De koopkracht is fors gedaald doordat de overheid, hulporganisaties en buitenlandse troepen zijn weggevallen, en daarmee een groot deel van de werkgelegenheid. Mido Dairy paste zijn productlijn aan: yoghurt wordt nu ook in grote emmers geleverd, zodat winkeliers het per kilo per zakje kunnen verkopen. Zo wordt het product betaalbaar voor mensen met een kleiner budget.
Momand is hoopvol, maar zonder naïviteit. Hij wijst op de geopolitieke dimensie: de problemen in Afghanistan worden al veertig, vijftig jaar mede aangestuurd van buitenaf. "Zolang de grootmachten daar een bepaalde positie willen innemen, zal er ook een tegenreactie zijn."
Wat alles tijdelijk maakt
Als Momand terugkijkt op vijfentwintig jaar Nederland, benoemt hij één inzicht dat hem het meest heeft gevormd: alles kan snel veranderen. "Als je heel hoog zit, moet je niet neerkijken op mensen die laag zitten. Soms kan het lot jou op een plek brengen dat je gewoon helemaal niks kan doen." Het is geen cliché als hij het zegt, het is een conclusie uit eigen ervaring.
Zijn moeder zei altijd: zoek een baan, doe geen gekke dingen. Ze zegt nooit dat hij iets goed heeft bereikt. "Ze zegt: je moet het gewoon normaal doen." Maar hij voelt de waardering, zegt hij. En hij weet ook wat er was gebeurd als hij naar haar had geluisterd.