Ergens rond 2013 stelt Nico Verspaget zichzelf een vraag die ondernemers zelden hardop durven uitspreken: als alles uitkomt zoals gepland, ben ik dan over vijf jaar blij? Het antwoord is nee. Wat volgt is geen midlifecrisis, maar een langzame, bewuste erkenning: het bedrijf dat hij tien jaar heeft opgebouwd is niet zijn passie. Het drummen is dat al sinds zijn vijfde.
De drummer die nooit van plan was te stoppen
Het begint op een feestje. Nico is vijf of zes jaar oud als hij twee dagen lang niet van de drummer op het podium weg te slaan is. Zijn ouders herinneren het zich nog precies. Hij zelf niet meer in beeld, maar wel in gevoel. De jaren daarna zet hij keukenkrukjes neer in de vorm van een drumstel en slaat hij met houten keukenlepels op alles wat beweegt. Een echt drumstel komt er niet, vanwege de buren. "Er kwam wel een orgeltje, want dat maakte minder herrie."
De doorbraak komt toevallig. De nieuwe buurman blijkt drummer te zijn én les te geven. Zijn naam is Wim. Op een zondagmiddag vraagt hij de dan negenjarige Nico om even mee naar boven te komen. Na afloop zegt Wim tegen zijn moeder: "Hij kan al drummen, heeft hij les of zo?"
Talent of arbeid?
Of hij talentvol is, weet Verspaget naar eigen zeggen niet zeker. Hij is wel stellig over wat er in ieder geval nodig is: "Van de beste spelers ter wereld wordt gezegd, minimaal 10.000 uur studie erin, voordat je het echt kunt masteren." Tegelijkertijd nuanceert hij de rol van aanleg. "Als ik vanaf dat ik 5 was, elke dag 8 uur op het grasveld was gaan staan, dan was ik echt nog geen Messi geworden."
Hij heeft ook gitaar gespeeld. Dat kost hem merkbaar meer moeite. Het drumstel, met vier ledematen tegelijk, vinden anderen juist het moeilijkste instrument. Verspaget vindt het het makkelijkste. Gitaar vindt hij ingewikkeld. Die omgekeerde verhouding zegt hem genoeg over waar zijn aanleg ligt.
Het concervatorium dat er niet van kwam
Na de middelbare school wil hij naar het conservatorium. Dat wordt afgeraden. Niet omdat hij het niet kan, maar omdat je er geen geld mee verdient. "In die tijd was de maatschappelijke situatie natuurlijk ook wel anders dan nu. We waren er kritischer op dat je je boterham moest kunnen verdienen."
Dus studeert hij economie. Maar hij blijft spelen. Na zijn studie speelt hij als betaald muzikant in een band, samen met mannen van ver in de dertig en veertig. Hij is zelf rond de twintig. De repetitieruimte bevindt zich boven een nachtclub, waarvan de zangeres de dochter van de eigenaar is. "Voor mij was het als een jongen uit de provincie dat ik op een gegeven moment dacht, oké, het wordt nu toch wel wat ingewikkeld even."
Uiteindelijk stopt hij toch. Sociale druk, de afwezigheid thuis, een uitnodiging om in Friesland te gaan spelen met een band ergens in een bos. Het transcript breekt daar af. Maar het resultaat is helder: de muziek verdwijnt naar de achtergrond, het ondernemerschap neemt het over.
Zestig man en het gevoel van het afvoerputje
Quadia groeit uit tot een bedrijf van zestig mensen, actief in Nederland en Duitsland, in de online video-industrie. Verspaget bouwt het op samen met een compagnon. Van buiten gezien is het succes. Van binnen voelt het anders. "We hadden zelf intern al de grap van, wij zeiden altijd, ken je zo'n frietzakje, waar het vet onder, daar zitten wij. Je voelt ons steeds meer het afvoerputje, van de dingen die geregeld moeten worden."
Hij vraagt zichzelf af hoeveel plezier hij nog haalt uit wat hij dagelijks doet. Het creatieve werk, zoals het bedenken van online masterclass-series, vindt hij leuk. Het runnen van een bedrijf van die omvang niet langer. "Ik had het idee dat ik uiteindelijk mijn bedrijf als mijn passie zag, maar dat dat niet zo was. Dat was gewoon verwarring."
De passie was altijd iets neerzetten. Niet per se dit bedrijf, en zeker niet het dagelijkse beheer ervan.
Boney M in 36 theaters
Een jaar of twaalf later staat Verspaget op het podium met een groep professionele muzikanten voor een theatertour langs 36 Nederlandse podia. Het project draait om de muziek van Boney M, maar het is geen nostalgische kopieerpresentatie. De arrangementen zijn volledig herzien. Zanglijnen zijn aangepast. Liedjes worden samengevoegd met andere nummers die de luisteraar herkent. "Poker Face van Lady Gaga, dat heeft een oorsprong bij Boney M en dat mixen we dan door elkaar heen."
Iemand uit het publiek merkte het op: "Ik ken al die Boney M liedjes, maar er is geen één liedje wat jullie spelen wat precies het originele is." Verspaget vertelt dit niet als kritiek maar als compliment aan zichzelf en zijn medespelers.
De muziek van Frank Farian, de Duitse producer achter Boney M, is volgens Verspaget technisch veeleisender dan het lijkt. "Die muziek was heel erg gelaagd, er zit heel veel percussie in, heel veel violen en dat soort dingen. Dus je moet er best wel wat voor doen om het live te gaan brengen." Farian wordt in één adem genoemd met Quincy Jones: allebei tegen de miljard verkochte platen.
Wat de vraag over vijf jaar oplevert
Verspaget formuleert zijn keerpunt niet als een openbaring maar als een rekensom. Als alles loopt zoals je hoopt, en je situatie over vijf jaar is zoals nu, ben je dan blij? Het is een vraag die hij sindsdien ook met anderen bespreekt. Voor hem was het antwoord simpel en definitief: nee.
Wat hij daarna heeft gedaan, het loslaten van een bedrijf van zestig mensen om opnieuw serieus te gaan drummen, past niet in het gangbare verhaal over ondernemers die altijd door moeten bouwen. Verspaget draait dat verhaal om. Niet groeien was de keuze. Stoppen met iets wat goed liep, om iets te doen wat al die jaren op hem had gewacht. Morgen is show vijf van de 36.