Pieter Schoen behoort tot de groep ondernemers die hun bedrijf voor een bedrag heeft verkocht dat bij velen de verbeelding overstijgt. Over het exacte getal wil hij weinig kwijt, al laat hij in een gesprek met 7DTV wel los dat het 'in lijn ligt' met wat er op internet over circuleert. 'We hebben het over een paar honderd miljoen ofzo', zegt hij, om er direct aan toe te voegen dat hij zich er verder niet over uitlegt. Wat hij er wel over zegt, is veelzeggender dan het getal zelf: 'Aan de ene kant voelt het een enorme vrijheid. Aan de andere kant is het ook weer een gigantische verplichting. Van oké, hoe ga je met dat geld om?'
Die vraag heeft hij voor zichzelf beantwoord via Shoe Investments, zijn investeringsvehikel. En via een rol als Dragon in het tweede seizoen van Dragons Den. Niet als uitstapje naar bekendheid, maar als logische voortzetting van wat hij al twaalf jaar doet.
'Geld moet zweten'
Schoen is uitgesproken over hoe hij naar kapitaal kijkt. Stilstaand geld is in zijn ogen weggegooid geld. 'Ik ben altijd van mening dat geld moet zweten, geld moet geld maken. Moet niet liggen te slapen.' Die overtuiging vertaalt zich direct naar zijn investeringsstrategie: hij zoekt bedrijven die al draaien, al omzet genereren en al op weg zijn naar schaal. Geen ideeën op papier, geen plannen die nog bewezen moeten worden.
Concreet richt hij zich met zijn investeringsfonds op bedrijven met minimaal vijf miljoen euro omzet en al enige winstgevendheid. Dat is bewust. Start-ups laat hij grotendeels links liggen, niet uit gebrek aan waardering, maar uit pragmatisme. 'Het is heel erg spray and pray. Je moet heel veel investeren, de waarderingen liggen ook een stuk lager en de kans op falen is ook heel erg groot.'
Vier criteria, één absolute prioriteit
Schoen hanteert vier criteria bij het beoordelen van een investering. De ondernemer staat op één. Dan de schaalbaarheid van het bedrijf. Dan de begrijpelijkheid van het businessmodel. En ten slotte de vraag of hij zelf toegevoegde waarde kan bieden. 'Wij willen meewerkend voorman zijn. We willen niet met een lolly op de achterbank zitten als investeerder.'
Maar het eerste criterium domineert de rest. 'Ik ben echt van mening dat als ik kijk naar mijn beste investeringen, die worden gemaakt door de ondernemer en niet door het plan. Een goede ondernemer, het maakt niet uit of je in de water, in de energie of in de pennen zit of whatever. Het verschil wordt echt gemaakt door de ondernemer.'
Die overtuiging is geen romantisch idee over ondernemerschap. Het is een risicobeoordeling. Een zwak plan met een sterke ondernemer biedt perspectief. Een sterk plan met een zwakke ondernemer niet.
Waarom farmacie hem naar het casino verwees
Eén sector heeft Schoen geleerd waar zijn grens ligt: de farmacie. Hij heeft er in geïnvesteerd, en dat ervaart hij als een les. 'Hiervoor heb ik ook in de farmacie geïnvesteerd. Nou geloof me, je kan beter in het casino gaan.' Het derde criterium, begrijpelijkheid van het businessmodel, is daarmee geen bijzaak. Als een investeerder de kern van een business niet kan doorgronden, verliest hij grip op de risico's.
Dat criterium werkt ook door in zijn scepsis tegenover al te ambitieuze groeipraatjes. Ondernemers die vijf jaar bezig zijn, vijf miljoen omzet draaien en hem vervolgens vertellen dat ze binnen twee jaar naar honderd miljoen gaan, wekken bij hem geen enthousiasme. 'In Excel komt alles uit, maar niet bij mij.' Realiteitszin weegt voor hem zwaarder dan ambitie, en track record weegt zwaarder dan toekomstplannen.
Het aandelen-probleem dat hij te vaak ziet
Een patroon dat Schoen regelmatig tegenkomt, en dat hem zorgen baart: ondernemers die al een heel team om zich heen hebben opgebouwd, maar zelf nog honderd procent van de aandelen bezitten. In zijn ogen is dat een signaal. 'Ik ben altijd van het motto sharing is caring.' Een ondernemer die niemand laat meedelen in het succes, houdt talent op afstand en blokkeert groei.
Maar er zit een diepere laag onder dat bezwaar. De beste ondernemers zijn volgens Schoen degenen die op een gegeven moment kunnen erkennen dat anderen beter zijn dan zijzelf in bepaalde domeinen. 'Dat is knap moeilijk. Maar als je dat kan delegeren en dat kan erkennen en betere mensen op bepaalde vlakken naast je kunnen zetten, dan ga je ook echt groeien.' Wie dat niet kan, groeit met de beperking van zijn eigen plafond.
Idealisme mag, als het businessmodel klopt
Schoen ziet de opkomst van maatschappelijk gedreven ondernemers, met name onder jongeren, als een reële trend. Hij staat er niet afwijzend tegenover, maar hij plaatst er wel een voorwaarde bij. 'Ik geloof alleen in idealisme als er ook een goed businessplan achter zit. Het gaat pas echt vliegen als er ook geld mee verdiend kan worden. Anders blijft het gewoon bij een idealisme en blijft het bij een heel erg minimale draagvlak.'
Hij noemt vegan voeding als voorbeeld van een sector waar idealisme en commerciële kans samenkomen. De markt groeit zichtbaar, ook in zijn eigen omgeving. Zijn oudste dochter verklaarde zichzelf op elfjarige leeftijd vegetariër, wat hij aanvankelijk afdeed als een fase. Dat bleek het niet. 'Ik sta daar 100% achter. Er moet alleen wel een businessmodel achter zitten.'
Begin voordat het leven je tegenhoudt
Voor jonge mensen die overwegen te ondernemen heeft Schoen één boodschap die hij keer op keer herhaalt: begin vroeg. Niet na de studie, niet na de werkervaring, niet na de hypotheek en de kinderen. Dan is het risico namelijk te groot geworden om te nemen.
'Ondernemen is een stalen kind krijgen van het vallen.' Dat is niet iets wat je kunt plannen voor een later, rustiger moment in het leven. 'Begin gewoon in je studietijd. Als je een goed idee hebt, ga een keer op je bek. Maar probeer er absoluut weer op te staan.'
Die boodschap is niet nieuw, maar in de mond van iemand die de vrijheid en de verplichting van een grote exit aan den lijve heeft ondervonden, klinkt ze anders dan als abstracte motivatiespreuk. Schoen heeft het pad bewandeld en kijkt nu vanuit de andere kant van de tafel: niet als ondernemer, maar als de man die beslist of een ondernemer zijn kans krijgt. Zijn conclusie over wat werkt en wat niet, is gevormd door beide perspectieven.