Quintin Schevernels begon zijn loopbaan met een stropdas en een koffertje. Dat kostuum is al jaren geleden verdwenen, de laatste keer dat hij een pak droeg was op het vijftigjarig huwelijksjubileum van zijn ouders. Het is een kleine anekdote, maar hij gebruikt hem zelf om iets groters te illustreren: hoe zijn werkende leven zich steeds verder heeft bewogen richting vrijheid, autonomie en het recht om zelf te bepalen waar de energie naartoe gaat. Wat in die beweging zichtbaar wordt, is een man die heel precies weet wat hij wel en niet is, en die daar inmiddels geen omwegen meer voor nodig heeft.
'Adviseren komt met een vrijblijvendheid die me niet bevalt'
Als hem gevraagd wordt of hij zichzelf eerder ondernemer of adviseur noemt, aarzelt Schevernels. Geen van beide dekt de lading goed. "Als je had gezegd ben je meer een CEO of ondernemer, dan had ik wel CEO gezegd," zegt hij. "Maar wat mij in het adviseren niet zo bevalt is de vrijblijvendheid die er soms mee komt."
Die vrijblijvendheid heeft hij aan den lijve ondervonden. Na de verkoop van zijn aandeel in VNU Media en de afronding van zijn periode als CEO bij het augmented reality-bedrijf Layer, deed hij jarenlang precies wat veel ervaren ondernemers doen: hij schreef een boek, nam commissariaten aan en begeleidde founders als mentor en investeerder. "Dan zie je een team één keer in de drie maanden en dan geef je advies. Ze mogen zelf kiezen of ze er wat mee doen of niet." Na bijna vier jaar begon dat te knagen. "Toen wou ik gewoon graag ergens weer CEO worden."
Hoofd- en bijzaken: zijn gereedschapje
Schevernels omschrijft zijn voornaamste talent als het vermogen om hoofd- en bijzaken uit elkaar te halen, en dat vervolgens op een begrijpelijke manier naar mensen te vertalen. "Ik kom heel vaak iets tegen wat ik een soort borstspaghetti noem," zegt hij. "Dingen die door elkaar heen lopen, dat men te veel wil. Is dit nou een doel of is het een middel?" Het ordenen van die ruis, zegt hij, is iets wat hij jarenlang heel gewoon vond, totdat hij merkte dat het dat helemaal niet is.
Dat gereedschapje, zoals hij het zelf noemt, is inzetbaar in meerdere contexten: als CEO, als commissaris, als mentor voor founders. Maar de plek waar hij het het liefste gebruikt, is duidelijk. "CEO is het allerleukste wat er is. Dat is echt mijn vak. Dat is het hoofdgerecht." Het investeren in start-ups, de commissariaten, het begeleiden van scale-ups: "Dat is allemaal bijzaak."
Funda: veel potentieel, te weinig ruimte
De stap naar Funda leek logisch. Een dominant merk, een sterke marktpositie, maar in zijn ogen al jaren weinig vernieuwd. Schevernels zag mogelijkheden om in de keten van aan- en verkoop van woningen meer waarde toe te voegen: betere wijkdata, een persoonlijke pagina voor huizenbezitters die niet actief op zoek waren, en uiteindelijk een positie in financiering, verzekeringen en woninggebonden diensten. "Dat is een van de weinige markten in Nederland naar consumenten die gewoon tientallen miljarden groot is. En nog steeds niet gedisrupt."
Maar die ambities stuitten op weerstand. "De groot aandeelhouder werd gaandeweg ietsjes angstiger voor de plannen die wij hadden." Plannen die impact konden hebben op de positie van de makelaar, partijen die tegelijk ook grootaandeelhouder waren in Funda. Schevernels had hen daar vooraf over geïnformeerd, en aanvankelijk was er instemming. Later verschoof dat. "Daardoor konden we wel allerlei dingen doen, maar had ik het gevoel dat dat een beetje in slow motion ging. En daar had ik gewoon geen zin in." Na bijna vier jaar vertrok hij.
De les van Rodeo Software: nog argwanender worden
Het meest ongemakkelijke hoofdstuk in het gesprek gaat over Rodeo Software. Schevernels was voorzitter van de Raad van Commissarissen van een bedrijf dat van buiten succesvol leek, contacten met grote internationale partijen, substantiële investeringen, maar dat achteraf op gebakken lucht bleek te berusten. Hij ontsloeg zelf de oprichter-CEO. Het bedrijf ging failliet. Er loopt een justitieel onderzoek, en Schevernels zegt daarom weinig inhoudelijks te kunnen delen.
Wat hij wél deelt, is de les die hij eruit trekt. "Nog argwanender zijn. Vertelt iemand de waarheid?" Hij beschrijft hoe hij sindsdien bij bedrijven waar hij als angel investor bij betrokken is, extra checks and balances heeft ingebouwd. "Dat voelt misschien een beetje vervelend en lijkt misschien een beetje overkill. Maar ik wil zoiets nooit meer meemaken."
Tegelijk nuanceert hij de structurele risico's van het commissariaat. Een bestuursaansprakelijkheidsverzekering dekt niet alles, zeker niet bij onbehoorlijk toezicht. Maar de drempel voor die kwalificatie is hoog. "Iedereen maakt fouten." Hij zegt zich comfortabel te voelen met zijn eigen rol in dit dossier, en hoopt dat justitie serieus werk maakt van het onderzoek.
Start-ups: het romantische beeld klopt niet
Schevernels heeft ruime ervaring met de start-up wereld, als investeerder, mentor en zelf als betrokkene bij Layer. Zijn oordeel over hoe founders naar hun eigen traject kijken, is nuchter. Succesvolle bedrijven bouwen gestaag, niet snel. "Als je naar een sample keek van hele succesvolle bedrijven, waren ze vaak vijf tot zeven jaar nadat ze waren opgericht pas klaar voor een serie E." Terwijl veel early-stage founders denken dat ze die serieuzere fundingronde al na anderhalf jaar kunnen ophalen.
"Je mag wel een beetje ongeduldig zijn, maar je moet niet gaan haasten. Want dan ga je je geld te snel uitgeven." De verhalen over bedrijven die meteen na oprichting een enorme fundingronde ophalen, zijn uitzonderingen die door hun mediawaarde een vertekend beeld geven. "Als je niet uitkijkt, gaan onervaren founders denken: dit is de nieuwe normaal. Dat is helemaal niet normaal."
Die ontnuchtering geldt ook voor het valideren van ideeën. Veel founders doen dat te laat, of helemaal niet. "Zodra het in jouw hoofd een goed idee is, is dat nog heel veilig. En als je naar buiten gaat, zou het zomaar zo kunnen zijn dat die klant zegt: leuk idee, maar dit is het helemaal niet." Hoe later dat moment komt, hoe meer tijd er verloren is gegaan.
Nederland verliest zijn ondernemers — en onderschat dat
Aan het einde van het gesprek wordt het breder. Schevernels maakt zich zorgen over het vertrek van ondernemers uit Nederland. Niet als persoonlijk probleem, hij geeft zelf aan dat het voor hem financieel geregeld is, maar als structureel verschijnsel. "Ik denk dat dat probleem behoorlijk wordt onderschat. Ik denk dat er een soort voedingsbodem ontstaat die een tipping point kan bereiken."
De kern van zijn zorg is dat ondernemerschap de economie van morgen is, en dat Nederland die motor langzaam ziet wegrijden. Hij wijst op overregulering en een groeiende verzorgingsstaat die zich op de lange termijn niet kan veroorloven wat ze uitgeeft. Wat hij bepleit is geen ideologisch programma, maar wat hij omschrijft als krachtig leiderschap dat niet bang is voor hoe het gisteren was. "Dat type leiderschap hebben we, vind ik, in Nederland niet en in Europa niet."
Het is een ongemakkelijke observatie van iemand die zelf niet van plan is te vertrekken, maar die de signalen scherp genoeg leest om te weten dat het tempo waarin dat verandert hoger ligt dan de politiek lijkt te beseffen.