Roel Bleumer was student werktuigbouwkunde toen hij op weg naar een familieverjaardag een dieselaggregaat zag staan. Op de terugweg stond dat ding nog steeds te draaien. Die observatie, futiel op het eerste gezicht, groeide uit tot Volta Energy, een bedrijf dat inmiddels bijna 480 mobiele zonneaggregaten verhuurt in Nederland, Duitsland en Engeland, met een bezettingsgraad van ruim 86 procent. Maar het verhaal van Volta is niet alleen een verhaal over een slim product. Het is vooral een verhaal over hoe je een kapitaalintensief groeibedrijf financiert zonder jezelf weg te geven, en over de vraag of dat überhaupt lukt.
'Dat moeten we toch eenvoudig kunnen oplossen'
Het begint, zoals meer ondernemingen, met een ergernis en een tekenprogramma. Bleumer maakte tijdens zijn opleiding een schets in Autocad: een aanhangwagen met zonnepanelen en batterijen. Geen businessplan, geen marktanalyse. Wel een vrijdagmiddagborrel op de hogeschool, waar een windmolenparkconsultant hem vertelde dat zijn mensen op de bouw gewoon een dieselaggregaat huurden voor de koffie. "Ze vertelden mij met schaamrood op de kaken: dan huren we een dieselaggregaat, want we kunnen geen stekker voor de koffie of thee in de windmolen steken."
Die consultant werd de eerste klant, nog voordat er een bedrijf bestond. Bleumer had geen KVK, geen btw-nummer, geen geld. De klant moest de onderdelen zelf bestellen. Het eerste prototype werd gebouwd in de schuur van zijn vader, compleet met draaibank, lasapparaat en een tweedehands vouwwagen. Toen Bleumer bij het aansluiten van de accu's kortsluiting veroorzaakte, trok zijn vader een harde grens: "Dat is allemaal een leuk geknuppel voor jou, maar ik ben dadelijk al mijn motorfietsen kwijt. Als je hiermee door wil gaan, dan doe je het maar lekker samen met je broertje." Zo werd zijn broer, opgeleid als elektrotechnicus, mede-oprichter.
Vijf dragons, één deal, andere waardering
In 2020 deed Volta Energy mee aan Dragons' Den. Bleumer overtuigde alle vijf de investeerders. Op televisie werd een deal gesloten: 40 procent van de aandelen voor in totaal vijf ton. Maar wat op tv gebeurt, is niet wat er daarna op papier staat. "Alles wat je op televisie ziet, er is van tevoren niets gedeeld, geen afspraken gemaakt, helemaal niets. Je gaat daar blanco in." De echte onderhandeling en due diligence vinden pas achteraf plaats.
Uiteindelijk sloot Bleumer een deal met één van de dragons, Sean Harris van Orange Wings. De aandelenverhouding bleef 40 procent, maar de waardering werd hoger en er werd meer geld opgehaald dan de televisiepitch suggereerde. Over de exacte prijs is Bleumer diplomatiek: "Ik vind dat ik goed kan opschieten met John. Ik hoop dat ze er uiteindelijk een hele hoop geld aan overhoudt." Harris zit er op het moment van het interview nog steeds in.
De kapitaalval van de energietransitie
Na de Dragons' Den-deal groeide Volta verder, maar liep al snel tegen een structureel probleem aan. Elk nieuw apparaat kost geld om te bouwen, maar levert pas rendement op als het verhuurd wordt. Schaal vergt kapitaal, en aandelenkapitaal heeft een plafond. "Alles financieren met aandelentransacties, dat houdt natuurlijk heel snel op. Dan ben je uiteindelijk loonslaaf die zijn managementfee factureert, en iedereen draait en die gaat met de winsten naar huis."
Ongeveer twee jaar na de Dragons' Den-deal zocht Bleumer financiering op schuldbasis. Hij kwam in contact met NL Investeert via een regiodirecteur die hij kende via een lokale ondernemersvereniging. In drie tranches haalde hij drie miljoen euro op bij een groep van naar schatting honderd tot honderdvijftig individuele investeerders. Elke tranche was binnen een dag vol. "Voordat wij überhaupt doorhadden dat die online was gezet, kregen we een appje van: joh, je staat online. Dan moet je daar nog heen."
Het verschil met een bank is voor Bleumer principieel. Banken kijken volgens hem uitsluitend naar negatieve scenario's. "Een bank gaat ervan uit dat je commerciële propositie van de ene op de andere dag ook gewoon kan falen. En daar is moeilijk doorheen te komen als je zo'n snel groeiend bedrijf bent." Volta laat een bezettingsgraad zien van structureel boven de 85 procent en groeit elke maand met zo'n twintig nieuwe systemen. Die cijfers overtuigen een bank nog niet per se, maar informele investeerders met meer risicoappetite des te sneller.
Energy as a service: de eigenlijke disruptie
Het product is opmerkelijk, maar het businessmodel is minstens zo interessant. Conventionele aggregaatverhuurders verhuren een kast en rekenen brandstofkosten door aan de klant. Volta doet het anders: klanten betalen een vast abonnement per week voor een bepaalde hoeveelheid energie, ongeacht hoe die geleverd wordt. Bleumer noemt een richtprijs van ongeveer 700 euro per week voor 15 kVA. Alle service, onderhoud en technologie zitten daarin.
Die structuur dwingt Volta intern tot efficiëntie. "Wij zorgen ervoor dat we dat ding bij jou op locatie plaatsen voor minder dan waarvoor jij nu die dieselaggregaat en de diesel moet inkopen. En dan heb je dus een apparaat dat betrouwbaarder is, waar je meer inzicht van krijgt. En wij leveren alle service, oh ja, het is ook nog voor een goedkopere prijs."
De systemen zijn hybride: zonnepanelen en batterijen worden aangevuld door een biobrandstofmotor voor momenten zonder zon. Bleumer was daar aanvankelijk principieel tegen, hij wilde 100 procent elektrisch. Zijn broer overtuigde hem anders. "We besparen liever 90 procent van de brandstof op 500 of 3.000 locaties dan dat we 100 procent van de brandstof besparen op 10 locaties."
Patent op methanol, oog op Bredenoord
De R&D-afdeling van zes mensen werkt aan een volgende stap: een systeem dat uit methanol via een reformer waterstof splitst, om dat waterstof vervolgens in een brandstofcel om te zetten naar elektriciteit. Op dat systeem heeft Volta patent. Of het de definitieve vervanging van de biobrandstofmotor wordt, zegt Bleumer niet met zekerheid. Lithium blijft zwaar, waterstofcilinders zijn moeilijk te transporteren. De zoektocht naar een volwaardige off-grid energiedrager is nog niet klaar.
Tegelijk is de commerciële ambitie concreet. Volta wil groeien van 480 naar 3.000 systemen in drie jaar, en heeft daarvoor de grootste aggregaatverhuurder van Nederland, Bredenoord, als interne meetlat gekozen. "We hebben al een aantal aggregaatverhuurders in Nederland voorbij gegroeien die al vijftig of zestig jaar van vader op zoon zijn doorgegroeid." Voor die groeiversnelling is naar schatting veertig miljoen euro aan financiering nodig. Gesprekken daarover lopen, ook met het eigen kapitaalfonds van NL Investeert.
Groei als limiterende factor
Bleumer is openhartig over de spanning die daarin schuilt. De commerciële vraag is er, hij zegt vaker nee te verkopen dan ja, simpelweg omdat de business case voor klanten zo helder is. De productie en operatie zijn schaalbaar. Maar de cashcyclus, de tijd tussen investering in een nieuw apparaat en de terugverdientijd via verhuur, blijft de bottleneck. "Als je aangeeft volgend jaar twee keer zo groot te willen worden, dat zijn groeiprofielen waar banken gewoon niet per se wild van worden." Private equity wel, erkent hij, maar dat heeft zijn eigen prijs voor de aandelenverhouding.
Hoe Volta die balans gaat vinden tussen schuld, aandelen en groeisnelheid, is de vraag die het bedrijf de komende jaren zal definiëren. De technologie lijkt te kloppen. Het businessmodel is onderscheidend. Maar de energietransitie, zo zegt Bleumer zelf, staat of valt met hoeveel kapitaal er beschikbaar is om haar te volbrengen. Dat geldt blijkbaar ook voor het bedrijf dat haar wil aanjagen.