Wie denkt dat presenteren begint op een podium, heeft het mis. Dat is althans de overtuiging van Simone van den Ende, sprekerscoach met decennialange ervaring in de Nederlandse televisiewereld. Ze coachte Linda de Mol aan het begin van haar carrière, werkte met CEO's die zichzelf niet herkenden op camera, en begeleidde YouTubers die de stap naar primetime televisie maakten. Maar de basis van haar vak, zo vertelt ze, werd gelegd in een restaurant in New York, ergens in 1978.
Van theaterschool naar vismarkt
Van den Ende studeerde aan de Miemschool in Amsterdam, het theaterdeel van de theaterschool, en vertrok daarna met een beurs naar New York om verder te studeren bij de Actors Studio en bij choreograaf Merce Cunningham. Het plan was actrice worden. De realiteit was anders. "Je kan natuurlijk geen droog brood verdienen met actrice zijn. En zeker niet als Europese actrice met een zwaar accent," zegt ze. Binnen een half jaar werkte ze als serveerster, net als vrijwel al haar collega's die eveneens kunstenaar of acteur waren.
De eigenaar van het restaurant, een Europeaan, maakte haar al snel food and beverage manager, niet vanwege kennis, maar vanwege herkomst. "Niet geleid door enige kennis was ik ineens manager van het restaurant." Wat volgde was een informele opleiding in mensmanagement, onderhandelen en zelfpresentatie. Ze leerde omgaan met een horeca-omgeving die, naar eigen zeggen, sterk werd gerund door wat ze 'de mafia' noemt, al tekent ze daarbij aan dat zoiets nooit te bewijzen valt. Een vuilniswagen die zijn lading voor haar deur stortte nadat ze weigerde een prijsverhoging te accepteren, overtuigde haar snel van de lokale verhoudingen. Naar de vis- en voedselmarkt mocht ze als vrouw niet alleen.
"Thank you, bye"
Tegelijkertijd deed ze auditie na auditie. Haar gemiddelde auditie in New York duurde een minuut. "Dan kon ik vertrekken. Dan zei ze: thank you, bye." Ze herinnert zich dat ze auditie deed voor de rol van Miep Gies in een Broadway-productie over Anne Frank. Logische keuze, dacht ze: Nederlandse actrice, Nederlands accent. De reactie: "Yeah, bye, we don't need the Dutch person."
Wat ze meenam uit die periode was niet bitterheid, maar een dikke huid en het vermogen om met afwijzing om te gaan. "Op een gegeven moment werd het ook heel grappig. Op een gegeven moment moest ik gewoon lachen en dan ga ik maar weer." Die houding, relativeren zonder je verhaal kwijt te raken, zou later de kern worden van haar coachingwerk.
Het coachen begon in het restaurant zelf, organisch en onbedoeld. Collega's die auditie moesten doen vroegen haar om hulp bij de voorbereiding. "Ik dacht: ik heb vier jaar mimeschool gedaan, ik heb wel wat te zeggen."
Vijftien jaar aan de zijde van Linda de Mol
Terug in Nederland, via een omweg langs Londen, kwam Van den Ende in contact met John de Mol. Zijn zusje Linda stond op het punt haar eerste grote televisieprogramma te presenteren, Love Letters, en er was een coach nodig. "Dat was toen nog wel een onbekend beroep in Nederland," zegt Van den Ende. Ze werkte vijftien jaar samen met Linda de Mol.
Hoe zo'n samenwerking eruitziet, legt ze uit: het begint bij teksten schrijven en uitspreken, bij accenten en ritme. Maar al snel gaat het veel verder. "In de studio was ik eigenlijk gewoon haar rechterhand. Waar zij was, was ik." Van den Ende deed ook de voorinterviews met kandidaten van de show, zodat ze Linda kon briefen over wie er zou verschijnen. Ze lette op hoe de presentatrice stond, hoe ze ademde, wat ze zei. Op een gegeven moment, zegt ze, zat het presenteren zelf wel goed bij De Mol. Dan verschuift de rol van coach naar sparringpartner voor de hele productie.
CEO's die zichzelf niet herkennen
Een terugkerend fenomeen in haar coachingpraktijk met zakenmensen is de kloof tussen zelfbeeld en werkelijkheid. Ze beschrijft een CEO die bij het terugkijken van cameraopnames zei: "Maar dat ben ik niet." Van den Ende vroeg hem: "Wie zit daar dan?" De man herkende zichzelf niet in het beeld. Zijn collega's wel. "Zo komt hij wel over," bevestigden zij.
De les die ze daaruit trekt is tweeledig: iemand moet kunnen accepteren hoe hij overkomt, én er valt altijd iets te verbeteren. In dit geval: ademhaling en houding. "Toen werd hij steeds zelfverzekerder. Want hij was eigenlijk heel onzeker geworden van wat hij terugzag."
Het cameramoment is voor Van den Ende een vast onderdeel van haar aanpak. Niet als confrontatie, maar als spiegel. Veel mensen zitten 'hoog' in hun ademhaling, zegt ze, zeker als ze gespannen zijn. Haar advies aan managers en CEO's die een speech moeten houden: ga eerst even rustig zitten, leg je handen op je buik, adem naar je buik. Daarna pas beginnen.
Presentator, manager, politicus: drie verschillende vragen
Van den Ende maakt een scherp onderscheid tussen de mensen die ze coacht. Voor een televisiepresentator draait het om eigenheid: wie ben jij, en waarom presenteer jij deze show? "Carlo Boszhard presenteert heel anders dan een Linda de Mol of een Chantal Jansen. Ze hebben allemaal hun eigenheid."
Voor een CEO of manager ligt de nadruk elders. "Het gaat heel gericht op: ik moet een verhaal vertellen. Voor mijn personeel, voor een nieuwe klant, of voor de aandeelhouders. Je hoeft niet een enorme eigenheid te hebben. Want het gaat niet om jouw persoonlijkheid, maar om je product."
Politici vallen in weer een andere categorie. Daar gaat het primair om mediatraining: hoe pareer je moeilijke vragen, hoe breng je een boodschap over, hoe kom je geloofwaardiger over. Ze werkt bij politici niet aan imago. "Helemaal niet," zegt ze nadrukkelijk.
Vorm versus inhoud: een vals dilemma
De vraag wat belangrijker is, vorm of inhoud, beantwoordt Van den Ende zonder aarzeling: inhoud. Maar ze voegt er meteen een kanttekening aan toe. "Vergeet niet dat als jij binnenkomt, mensen jou als eerste zien. Die weten niks van jouw inhoud." Ze vertelt over een jonge vrouwelijke wetenschapper, werkzaam in de ruimtevaart, die ergens als spreker was uitgenodigd. Bij binnenkomst vroegen mensen wanneer de professor zou arriveren. "Ik heb haar echt geleerd: binnenkomen, staan, ik ben de professor."
Het is een voorbeeld dat ze vaker gebruikt, omdat het iets blootlegt wat ze beschouwt als een van haar eigen groeipunten: het eerste oordeel niet meteen als definitief beschouwen. "Als je iemand ziet, heb je een oordeel. Of je wil of niet." Ze heeft geleerd dat oordeel in de kast te zetten, zeker bij de panelgesprekken die ze modereert. Wat er dan achter de eerste indruk zichtbaar wordt, verrast haar regelmatig.
Het boek als kennisoverdracht
Na decennia aan ervaring werkt Van den Ende nu aan een boek, samen met co-auteur Franke van Hoeven. Op het moment van het gesprek staan er twintig duizend woorden op papier, verdeeld over drie afgeronde hoofdstukken van de geplande tien. Verwachte verschijning: najaar 2025, bij uitgeverij Business Contact.
Het boek wil breder zijn dan een handleiding voor podiumsprekers. Presenteren, in de visie van Van den Ende, is iets wat iedereen elke dag doet, op het schoolplein, in een vergadering, bij een netwerkborrel. De technische kant, ademhaling, stemgebruik, houding, komt aan bod, maar ook fundamentelere vragen: wie ben je, wat wil je, wat heb je daarvoor nodig. Haar uitgangspunt is dat bijna iedereen op een voldoende niveau een verhaal kan vertellen. "Maar het vergt wel oefening." Sommige mensen hebben aan één sessie genoeg. Anderen moeten eerst leren zichzelf te zien zoals anderen hen zien.