Ergens in het afgelopen jaar stuurde iemand in een WhatsApp-groep van Amsterdamse AI-founders een bericht dat er normaal gesproken niet in thuishoort. De vraag luidde: hebben jullie al contingency-plannen voor je start-up, voor het geval Amerika Groenland binnenvalt en Europa alle Amerikaanse AI-modellen sanctioneert? Sohrab Hosseini, mede-oprichter van het Amsterdamse AI-platform Orq.ai, citeert het bericht alsof hij het nog niet helemaal kan bevatten. "Nooit dat je denkt dat je zo'n WhatsApp-berichtje zou lezen. In Europa." Het is een klein maar veelzeggend moment in een gesprek dat veel verder gaat dan zijn eigen bedrijf.
'Iedereen is aan het racen om iets met AI te doen'
Orq.ai lost een specifiek probleem op dat pas zichtbaar wordt als je al een stap verder bent. Niet het probleem van bedrijven die nog moeten beginnen met AI, maar van teams die al iets hebben gebouwd en vervolgens ontdekken dat het niet te managen valt. "Heel vaak is het: we willen iets met AI. Nou, daar zijn wij niet de tooling voor. Wij zijn voor de teams die al iets met AI hebben gedaan. En die zijn van: oh, maar dit is niet te managen. Hiermee kunnen we niet schalen."
Het platform levert wat Hosseini lifecycle management noemt: van idee tot test tot productie tot verbetering. Omdat AI-modellen en componenten zo snel veranderen, zijn die lifecycles kort. Teams moeten continu itereren. Iemand noemde Orq.ai ooit een agent-control-tower, een term die Hosseini omhelst als omschrijving van waar het bedrijf dit jaar naartoe werkt.
Wat is een agent eigenlijk?
Voordat de governance-vraagstukken spelen, is er een begripsmatige horde. Hosseini legt het uit met een anatomische metafoor. "Als jij al jouw zintuigen en ledematen weg zou halen, kunnen je hersenen niks anders dan de hele dag redeneren. Maar ze kunnen geen actie ondernemen. Dat is hetzelfde met agents. Je geeft een LLM-model handen, benen en tools om met de wereld te kunnen interacteren."
Een agent zet dus niet alleen een marketingtekst op papier, maar plaatst die tekst via een API zelfstandig klaar in het CMS ter goedkeuring. Het verschil met een chatbot is groot. Chat is volgens Hosseini slechts één interface van een veel bredere technologie. De volgende fase is de vraag wat de interface tussen mens en agent wordt. Zijn verwachting: die zal onzichtbaar zijn. "Zoals jij gewend bent je projectmanagement-software te gebruiken, zal er dan een agent gewoon achter de schermen meekijken."
Van vijf klanten naar honderd, inclusief een Nederlandse bank
Orq.ai telt inmiddels rond de honderd klanten, verspreid van Australië tot Silicon Valley. In Nederland zijn dat onder meer AFAS Software, Moneybird, Brand New Day en Vattenfall. Een groot deel van de klantenbase zit in financials, fintech, verzekeraars en de gezondheidszorg. Juist die sectoren, waar fouten grote gevolgen hebben, laten ook de meest concrete resultaten zien.
Het voorbeeld dat Hosseini aanhaalt, betreft een Nederlandse bank. Die had twaalf maanden gereserveerd voor het bouwen van een support agent. "En die hadden binnen vijf weken een go gekregen van de directie om live te gaan met de agents die ze op ons platform hebben gebouwd." De tijdwinst is aanzienlijk, maar minstens zo relevant is dat het een klein team betrof dat door het platform snel de benodigde goedkeuringen kon doorlopen.
'Dat gepolder is killing'
Waar Hosseini het meest uitgesproken over is, is niet technologie maar cultuur. Hij signaleert een patroon bij Europese organisaties dat hij steeds opnieuw tegenkomt: het uitstellen van beslissingen, het wachten op de juiste persoon, het eindeloos bespreken van de business case. "Oh, laat die er nog aan kijken. Oh, wacht totdat die terugstap is van vaderschapsverlof, en die is nog op vakantie, en dan gaan we weer even checken."
Die verlamming kost tijd die er niet is. Hosseini vergelijkt het met de gymvraag: wanneer is de beste tijd om te beginnen? "Morgen. Je gaat dat niet plannen." Tegelijkertijd ziet hij hoe de buy-versus-build-discussie in Nederland vaak ontaardt in een persoonlijke uitdaging voor een engineer in plaats van een strategische afweging. Teams verbranden achttien tot vierentwintig maanden aan zelf bouwen, om vervolgens terug te komen omdat de persoon die het heeft gebouwd weg is en niemand meer weet hoe het werkt.
Concurrentie van hyperscalers en 'wij winnen zelfs deals van ze'
Het bedrijf zelf is klein: vijfentwintig mensen, waarvan twee derde in product en engineering. Die omvang staat in schril contrast met de concurrenten waartegen Orq.ai het opneemt. Microsoft, AWS, Google Cloud, Databricks, Snowflake. Hosseini is er nuchter over. "Sommige mensen zijn ook gek dat je dit pad hebt uitgekozen, want wij zitten letterlijk in het vaarwater van de drie grote hyperscalers."
Zijn argument voor de haalbaarheid is even eenvoudig als klassiek: focus en executie. Grote organisaties zijn vertraagd door interne politiek, versnipperde prioriteiten en wat hij noemt de inherente zesjes van grotere structuren. "Wij gaan zorgen dat we de negens hebben. En gewoon keihard executeren. Tot nu toe winnen we zelfs deals van ze." De financiering bedraagt in totaal iets minder dan 7,5 miljoen euro, een bedrag dat Hosseini zelf relativeerde bij de aankondiging ervan, midden in een jaar vol miljardenaankondigingen in AI.
'Wij zijn Microsoft's bitch als land'
De geopolitieke dimensie van het gesprek is misschien het onverwachtst. Hosseini trekt een rechte lijn van het Europese onvermogen om te beslissen, via het ontbreken van digitale soevereiniteit, naar het politieke klimaat. Europa heeft 440 miljoen inwoners tegenover 330 tot 350 miljoen in de VS, maar gedraagt zich volgens hem als een grotere partij die structureel bij de kleinere moet aankloppen. "Op een gegeven moment verlies je toch je respect voor mij."
Nationaal maakt hij het concreet: de gemeente Amsterdam nodigde Orq.ai uit voor een pitch, en koos daarna toch voor Microsoft. "Want het is toch gewoon net wat makkelijker allemaal." Zijn pleidooi richting Den Haag is niet om meer subsidie, maar om minder bureaucratie. Subsidieregelingen waarbij een founder een dag per week een jaar lang moet meeschrijven aan een aanvraag met een paar procent slagingskans, beschouwt hij als een slechter gok dan rood op de roulette. De overheid helpt het meest door te co-investeren via bestaande, geaccrediteerde fondsen die al due diligence doen en board seats bezetten.
Het bredere verhaal dat Hosseini vertelt, is er een van een continent dat tachtig jaar comfortabel heeft geleefd en nu merkt dat resiliency niet vanzelf komt. De wake-up-call is er volgens hem. Of die ook leidt tot actie, dat is de vraag die hij openlaat.