← Terug naar Thijs Suijten

Longread

Thijs Suijten bouwt technologie tegen stropers in Afrika

Hoe een softwareontwikkelaar via een boek over startups belandde in de Afrikaanse jungle, met een zelfgebouwde camera die rangers binnen minuten waarschuwt.

Redactie 7DTV · 2024-08-13 · 822 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Thijs Suijten op 7DTV

Van computers verkopen naar code schrijven

Thijs Suijten is al bijna 25 jaar bezig in de technologie. Het begon simpel: computers verkopen tijdens zijn studententijd, hardware, en daarna de stap naar de professionele wereld. Hij werkte bij een bedrijf, runde een eigen softwarebedrijf van zo'n tien man en startte meerdere startups. Geen spraakmakende exits, geen grote klapper. "Ik had mezelf ingekocht en ben er weer uitgegaan. Maar ik ben daar nooit echt rijk van geworden," zegt hij nuchter.

Het draaipunt in zijn carrière was geen investeerder of overname, maar een boek. The Lean Startup. "Dat was voor mij echt een eye-opener. Het was een klap in mijn gezicht." Suijten werkte op dat moment al zo'n zeven à acht jaar aan een product: een documentmanagementsysteem voor het midden- en kleinbedrijf. Saai, zo omschrijft hij het zelf. En structureel fout aangevlogen. "Ik dacht altijd als engineer: als we deze feature erbij bouwen, dan wordt het een succes. En dat gebeurde eigenlijk nooit." Elke fout die in het boek beschreven stond, maakte hij zelf ook.

Het gevoel van verspilde regels code

Na dat inzicht richtte Suijten een aantal startups op volgens de lean-methode. Die faalden ook, maar sneller en goedkoper. Leerzaam, zegt hij. Daarna maakte hij de overstap naar Q42, een commercieel bureau dat bekende producten bouwt als de PostNL-app en de Rijksmuseum-website. Degelijk werk, maar opnieuw bekroop hem hetzelfde gevoel.

"Dan zat ik weer een feature in een app te bouwen en ik voelde het gewoon niet meer." Niet alleen het gevoel van nutteloze features, maar een bredere vraag: waar ben je eigenlijk aan het bouwen, als je om je heen kijkt wat er in de wereld speelt? Die gedachte begon steeds harder te kriebelen. "Ik wil gewoon aan de grotere problemen van deze wereld iets proberen bij te dragen met mijn skills."

Hack the Planet: per ongeluk fulltime

Binnen Q42 vond Suijten een gelijkgestemde in collega Tim van Dersen, die Hack the Planet had opgericht. Dat begon als een interne hackathon waarbij het bureau Greenpeace belde met de vraag of ze ergens mee konden helpen. Greenpeace noemde bosbranden in Indonesië. Het team bouwde een autonoom vliegende drone waarmee die branden gemonitord konden worden.

Wat als een paar weken klussen begon, groeide uit tot iets groters. Eerst werkte Tim er alleen aan, daarna voegde Suijten zich bij hem. Nu werken ze met z'n tweeën fulltime aan Hack the Planet, binnen Q42. "Het is een beetje uit de hand gelopen. Maar het mag wel. We komen er nog steeds mee weg."

De eigenaren van Q42, Jasper Keijzer en Chris Waalberg, steunen het initiatief. De zakelijke rechtvaardiging is niet alleen idealistisch. Een derde van de sollicitanten bij Q42 noemt Hack the Planet als reden om te solliciteren. "Dat is helemaal niet waarom we dit doen. Maar het laat ook zien dat jongeren tegenwoordig vragen wat jullie aan sustainability doen, in plaats van hoe dik de lease-auto is."

De jungle in met een ladder en een tas vol elektronica

Via het Wereld Natuur Fonds kwamen Suijten en Van Dersen in contact met rangers die werken in gebieden waar stroperij plaatsvindt. De rangers lieten zien waarmee ze werken: camera-vallen. Simpele apparaatjes die je aan een boom bindt en die een foto maken zodra er iets langs loopt. Mens of dier. De foto's worden opgeslagen op een geheugenkaartje.

Het probleem: rangers moeten fysiek naar de camera toe om dat kaartje eruit te halen. Dat doen ze eens per zes of twaalf maanden. "Als jij na zes maanden een foto ziet van een ranger van drie maanden geleden, wat heb je daar dan aan?" Voor het monitoren van dierenpopulaties heeft de tool nog waarde, maar voor antistroperij is het mosterd na de maaltijd.

Suijten en zijn collega maakten de camera open, voegden eigen elektronica toe en bouwden een zogenaamde smart bridge. Een kleine computer, voor de technisch ingestelden: een Raspberry Pi, die bovenin een boom hangt op zo'n tien meter hoogte, gevoed door een zonnepaneel. Zodra de camera een foto maakt, stuurt die een berichtje naar de bridge, die de foto downloadt en analyseert via machine learning. Staat er een mens op? Een olifant? Binnen enkele minuten krijgt de ranger een tekstbericht op zijn telefoon.

"Dat is gewoon door de jungle wandelen met een tas vol elektronica en een ladder en een beetje zwoegen," zegt Suijten over de installatie.

Satelliet als enige verbinding

Een voor de hand liggende vraag: hoe regel je internet in een regenwoud zonder 4G-dekking? Het antwoord is een ingebouwde satellietmodem met wereldwijde dekking. Een foto versturen via satelliet is te duur, dus het systeem stuurt alleen een tekstbericht. De foto wordt lokaal geanalyseerd door de machine learning-software, en alleen de conclusie gaat de lucht in.

Het resultaat is een systeem dat rangers niet meer dwingt te wachten op informatie die maanden oud is. De technologie die Suijten jarenlang inzette voor documentmanagementsystemen en app-features, draait nu in de Afrikaanse jungle om stroperij een stap voor te blijven.

Ondernemerspagina Thijs Suijten →

Inhoud op deze pagina is AI-ondersteund opgesteld op basis van het interview. De video is de bron. Iets onjuist? Mail redactie@7dtv.nl.