Hij was 19 jaar oud, had net een jaar op de hotelschool gezeten en was daar weggestuurd wegens te weinig punten. Hij had een diploma als snowboardleraar op zak en eigenlijk geen zin om te werken. Toch stond Bill van der Valk in 2007 aan het hoofd van een nieuw hotel in Noordwijk, met een lening van meer dan een miljoen euro op zijn naam. Niet omdat hij erom had gevraagd. Maar omdat er niemand anders was.
Dat is het verhaal achter de gouden wieg waar Van der Valk zelf over spreekt. Niet als zelfbeklag, maar als nuchtere constatering. De wieg bestaat, maar hij vergt dagelijks onderhoud.
'Als ik slecht slaap, verdien ik het niet eerder terug'
Een schuld van meer dan een miljoen euro op je negentiende: de meeste ondernemers zouden daar wakker van liggen. Van der Valk niet, naar eigen zeggen. "Ik heb het heel makkelijk naast me neer kunnen leggen. Als ik slecht slaap of benauwd krijg, ga ik het echt niet eerder terugverdienen. Dus laten we nou gewoon goed slapen, zodat je gewoon op de dag kan knallen."
Dat klinkt als een boutade, maar het is tegelijk een werkbare filosofie voor iemand die op jonge leeftijd met grote verantwoordelijkheden wordt geconfronteerd. De lening was er, het hotel moest open, en er was geen tijd voor twijfel. Op het moment van het interview, in 2014, zegt hij op driekwart van de aflossing te zitten. "Het had ook beter gekund", voegt hij daar direct aan toe.
De weg naar het hotel liep via Oostenrijk
Dat Van der Valk überhaupt directeur van Hotel Noordorp werd, was geen uitgekiend plan. Na zijn vroortijdig vertrek van de hotelschool in Den Haag had hij een ander scenario voor ogen. Hij wilde snowboardleraar worden in Oostenrijk. Met een zorgvuldig opgebouwd verhaal richting zijn ouders, compleet met het argument dat het goedkoper zou zijn voor de vakantie van zijn vijf broers en zussen, reed hij naar de bergen en haalde zijn diploma in een maand.
Maar toen zijn vader ziek werd, kwam er een telefoontje. Of hij thuis wilde komen helpen. Hij deed het. Een half jaar later stond het nieuwe hotel bijna klaar, en het echtpaar dat het had moeten opstarten, had een eigen hotel in Frankrijk gekocht. "Toen ontstond er een gat", zegt Van der Valk. Iemand zei tegen hem dat hij het zou kunnen doen. "Ja, dat werd echt een beetje zo." Of het als een verplichting voelde? "Het heeft mij nooit gevoeld als een verplichting, het is me ook niet aangedaan als verplichting, maar het was wel gewenst dat we dat gingen doen."
Vanaf negen jaar in de bakkerij
De vraag is hoe iemand van 19 een hotel runt zonder noemenswaardige werkervaring. Bij Van der Valk is dat antwoord simpel: de werkervaring begon op zijn negende. Toen begon hij in de bakkerij van het familiehotel aan de A4 bij Schiphol, waar het gezin woonde. Op zijn elfde hielp hij op zondagavond ijsbollen knijpen. Op zijn veertiende liep hij wijk in het restaurant, zes tafels als zijn eigen territorium.
"Je rolt er zo in in zo'n bedrijf", zegt hij. Het is geen dwang maar ook geen vrije keuze. "Het is de middenweg. Want je wil ook door." Wie jaren in de kelder werkt en dan chef mag worden, wil dat ook. De ambitie wordt als het ware gekweekt door het systeem zelf.
Die opvoeding gaat verder dan taken. Aan de eettafel gaat negentig procent van de gesprekken over de zaak. Met kerst bellen familieleden elkaar op om te vergelijken hoeveel couverts ze hebben gedraaid. "Hoeveel zitplaatsen? Wat heb je gedaan?" Het is geen druk van buitenaf. Het is de cultuur.
'Geen Russisch ei, wel sashimi van tonijn'
Met zijn komst bracht Van der Valk ook een inhoudelijke visie mee. Hij was de eerste van de nieuwe generatie die een hotel opende, en hij gebruikte die positie om het anders te doen. Geen oesters-salade, geen Russisch ei, geen kalfslever op de kaart. "Ik wil een mooie sashimi van tonijn kunnen verkopen. Een mooie grote carpaccio. Dingen waar mensen over praten."
Het ging hem om beleving. Een Hollandse garnalencocktail in een traditioneel voetglas paste daar niet in. "Ik wil van elk gerecht proberen een wauw-effect te creëren. Dat als het op tafel komt, dat het: hé, dat is gaaf, dat is anders." Alle standaardkamers kregen een bubbelbad, niet omdat dat duurder klinkt, maar omdat het anders klinkt. "Als je vertelt, ik heb een kamer geboekt met een bubbelbad, klinkt dat toch beter. Terwijl je het over dezelfde kamer hebt."
Kinderkoken op vrijdagavond
De bereidheid om te experimenteren bleef niet bij de inrichting. Vrijdagavond was lange tijd de rustigste avond in het restaurant. Dat kon Van der Valk niet laten. "Ik kan niet tegen een rustigste avond. Daar moet wat rappen roer."
Hij bedacht een concept dat hij kinderkoken noemde. Kinderen kunnen op vrijdagavond zelf koken in het hotel, van friet tot pannenkoeken tot pizza. Achter dat idee zat een concrete redenering: ouders die na school aan hun kinderen vragen waar ze willen eten, krijgen te horen: McDonald's. "Ik dacht uit een utopie van: het zou toch gaaf zijn als ze Van der Valk zeiden."
Hij begon met twee kinderen. Nu komen er elke vrijdagavond vijftig tot zeventig. Die brengen gemiddeld meer dan twee ouders mee. Die ouders bestellen een hoofdgerecht, nemen een dessert, en daarna nog een koffie, want de kinderen zijn nog bezig. "Dat zijn manieren waarop jij nadenkt over nieuwe concepten om die avonden te vullen", zegt de interviewer. Van der Valk beaamt het. En andere hotels in de familie namen het concept over.
De familie als concurrent en als vangnet
Die overname van concepten binnen de familie is geen toeval. De Van der Valks benchmarken actief met elkaar via boekingsplatforms. Wie hoger staat, wil hoog blijven. Wie lager staat, wil omhoog. "Je houdt elkaar wel scherp, zeker omdat je familie bent. Ik wil niet onderdoen voor een neefje of een nichtje."
Maar de familie is ook het systeem dat corrigeert. Oudere generaties komen kijken en zijn kritisch. Soms draaien de rollen om en vragen zij hoe een jongere iets heeft aangepakt. Bij structurele problemen werkt de familie democratisch: stemmen. "Als iemand gewoon niet zijn cijfers of niet met zijn zaak bezig is, dan kan hij beter wat anders doen. Keihard, maar alleen zo hou je het concern gezond."
Van der Valk is op het moment van het interview 27 jaar. Hij heeft een kind van 15 maanden, werkt gemiddeld vijf tot zes dagen per week en beschrijft zijn eerste maanden als vader als een combinatie van werken en aanwezig zijn. De drukste maanden van het jaar, oktober tot december, vielen samen met de geboorte. "Een normale vader neemt twee weken vrij. Bij mij was het het combineren van."
Zijn plannen voor de toekomst zijn concreet. Een uitbreiding van Hotel Noordorp. En, verder weg, een stadshotel, een formule die Van der Valk nog niet kent. De familie zit aan de buitenranden van steden, met gratis parkeren. Het centrum is nieuw terrein. Of het lukt, hangt af van hetzelfde principe waarmee hij op zijn negentiende begon: de gouden wieg elke dag zelf poetsen. Anders, zegt hij, wordt hij dof.