← Selma Özkan

Longread

Alles verkocht, een ton geleend — en nu vreet de overheid haar bedrijf op

Selma Özkan bouwde Kindernet in vijftien jaar uit tot meer dan veertig locaties. Nu dreigt overheidsbeleid de ondernemersruimte weg te nemen die ze zelf heeft gecreëerd.

Redactie 7DTV · 2026-02-03 · 1062 woorden

Bekijk het volledige gesprek met Selma Özkan op 7DTV

Selma Özkan verkocht haar auto, haar goud en het natuursteinbedrijf van haar man. Ze leende geld bij vrienden en familie, tienduizenden euro's, verspreid over tientallen mensen, en opende op 3 juli 2011 een kinderopvang in Deventer met twee kinderen en twee medewerkers. Vijftien jaar later heeft ze meer dan veertig locaties en vierhonderd mensen op de payroll. Het is een opvallend ondernemersverhaal. Maar het is ook een verhaal over wat er gebeurt als de overheid besluit jouw sector fundamenteel te hervormen, terwijl jij nog midden in de opbouw zit.

'Ik had gewoon geen bankrekening kunnen openen'

De start van Kindernet was allesbehalve soepel. Het was 2010, midden in de bankencrisis, en Özkan kon geen lening krijgen. "Je mocht je in je handen knijpen als je al een bankrekening kreeg," zegt ze. De financiering moest dus anders. Samen met haar man verzamelde ze ongeveer een ton aan startkapitaal, grotendeels geleend van mensen in hun directe omgeving. "Bij de ene was het tienduizend euro, bij de andere vijfduizend, bij de andere zevenenduizend." Ze legde alle afspraken schriftelijk vast en loste alles binnen twee jaar af.

Daarvoor was er ook nog een compagnon geweest, een vriendin van de pabo, met wie ze een VOF had opgericht. Die stapte halverwege uit, inclusief een mediationtraject en een afkoopsom van bijna een jaar salaris. "Als ik dat niet had meegemaakt, dan stond ik niet op de plek waar ik nu sta," zegt Özkan. Haar advies aan startende ondernemers die samenwerken: "Leg alles vast aan de voorkant. Alsof je gaat scheiden."

Een sneeuwbal die ze zelf niet zag rollen

De groei van Kindernet verliep langs een patroon dat Özkan zelf omschrijft als een sneeuwbal. De eerste maand na opening had ze een groep vol. De tweede maand een tweede. De derde maand een derde. Toen begonnen concurrenten failliet te gaan door de crisis, en Özkan nam een locatie over, niet omdat ze een overnamestrategie had, maar omdat ze er naartoe ging om wat tweedehands spullen te halen. "Ik ben er naartoe gegaan om wat spullen te halen. En toen heb ik de kinderopvang overgenomen."

Ze heeft dat patroon meerdere keren herhaald. Ze nam locaties over uit faillissementen, bouwde ze uit en verkocht ze soms weer. Eén keer gaf ze een overname terug aan de oorspronkelijke eigenaar, voor een minimale vergoeding, omdat ze het niet over haar hart kon verkrijgen diegene als manager onder zich te laten werken. "Ik heb een jaar lang verantwoordelijkheid gedragen. Je had me echt wel veel beter kunnen betalen. Maar goed, dat was voor mij een leermoment."

Cijfers of impact — ze koos altijd het tweede

Özkan is naar eigen zeggen niet iemand die strak op de cijfers zit. Dat doet haar man. "Ik heb niet altijd naar cijfers gekeken. Ik heb meer gekeken naar de impact. Wat doen we? Wat voor voordeel halen we uit? En hoe stralen we uit naar buiten?" Zolang de huur kon worden betaald, de medewerkers hun loon kregen en de kinderen goed werden opgevangen, was dat voor haar voldoende. "Als het maar in de plus draait is het goed."

Die instelling verklaart ook een aantal beslissingen die puur bedrijfseconomisch moeilijk te rechtvaardigen zijn, zoals het openen van opvang op een asielzoekerscentrum met eigen middelen, of het aanbieden van 24-7 opvang tijdens de coronaperiode zonder vooraf geld te vragen aan gemeenten. "Het is onze maatschappelijke plicht. Dus kom maar." Achteraf werd de financiering geregeld, maar dat was geen voorwaarde vooraf.

'Ik ben overheid moe'

En dan is er de DAAP, de Directe Arbeidsrelatie Aanbieder Publiek, de overheidsplannen voor gratis kinderopvang waarbij de overheid de enige financier wordt. Voor Özkan is dit het meest urgente vraagstuk van dit moment, en ook het meest slopende. "Ik ben overheid moe," zegt ze. "Ik ben de brancheorganisatie moe. Omdat ik steeds moet denken: wat als DAAP wel doorgaat? Wat als DAAP niet doorgaat? Wie ben ik straks nog?"

De kern van haar bezwaar is niet dat kinderopvang gratis wordt, dat vindt ze op zichzelf een goed idee. "Ik ben zeker voor dat kinderopvang een basisvoorziening moet zijn voor kinderen. Dat het toegankelijk moet zijn voor alle kinderen." Maar ze vreest dat de bijbehorende regelgeving de ondernemersruimte zo beperkt dat investeren, innoveren en uiteindelijk ook het rendement op jarenlange arbeid onmogelijk worden. "Ik heb ook vijftien jaar gewerkt aan mijn bedrijf en ik wil op een gegeven moment ook wel geld uit mijn bedrijf halen. Ik kan niet elke keer blijven terugstorten."

Bovendien: als de overheid de enige klant wordt, daalt de verkoopwaarde van het bedrijf drastisch. "Wat is het dan nog waard?" vraagt ze hardop. Ze zit in het bestuur van de brancheorganisatie en volgt de wetsvoorstellen op de voet, maar erkent dat niemand op dit moment weet welke kant het opgaat.

'Stop eens even met spelen met ons'

Ondertussen liggen plannen voor nieuwe concepten grotendeels stil. Kindernet heeft een zogeheten peuterdorp geopend, een grote ruimte ingericht als een miniatuurstad, met een winkeltje, een politiebureau en een bouwbedrijfje, bedoeld als alternatieve leeromgeving voor peuters. Het concept draait, maar de doorontwikkeling stagneert. Ook een plan voor een alpacaboerderij waar kinderen met gedragsproblemen terecht kunnen, ligt op een laag pitje. "Die hele DAAP is onze hele innovatiemotivatie überhaupt op een laag pitje," zegt Özkan.

Daarnaast koestert ze een ambitie die verder reikt dan de kinderopvang: eigen kleuterklassen starten, aansluitend op de kinderopvang, als een alternatief voor het reguliere kleuteronderwijs. "Ik heb een droom om straks iets in het onderwijs te kunnen betekenen." Maar ook dat plan wacht op duidelijkheid die er vooralsnog niet is.

Verantwoordelijkheid voor vierhonderd mensen

Tijdens kerstborrels of studiedagen, als Özkan al haar medewerkers bij elkaar ziet, overvalt haar soms het besef van wat ze heeft opgebouwd. "Dan denk ik: wat zijn we groot. Wat heb ik een grote verantwoordelijkheid. Ik heb gewoon verantwoordelijkheid over vierhonderd man. Dat het brood op de plank bij hen komt. Ik ben zo benauwd soms. Ik mag gewoon geen fout maken."

Dat gevoel van verantwoordelijkheid is precies wat haar ook kwetsbaar maakt voor de huidige onzekerheid. Ze kan geen langetermijnplannen maken, ze remt zichzelf af, en ze herkent zichzelf soms niet meer in de ondernemer die ze was. Wat ze van de overheid wil is uiteindelijk eenvoudig samen te vatten: "Stop eens even met spelen met ons. Laat ons even met rust. Want we zijn best wel goed."

Ondernemerspagina Selma Özkan →